NSM in Noord

NSM Noord (Cornelis Douwesweg 1, 1926-1946)

Hier gaan we verder met de NSM werf op de nieuwe locatie in Amsterdam Noord.


De NSM was op het gebied van tegenslagen wel wat gewend maar een brand in 1920,
in het net afgebouwde pand, zal toch een tegenslag zijn geweest.
 ..

In 1969 verschijnt de autobiografie van Sal Santen (1915-1998) onder de titel “Jullie is jodenvolk”. Het is rond 1927 als hij, ongeveer 12 jaar oud, met zijn vader naar Tuindorp Oostzaan gaat om daar de nieuwe poortwoning aan de Zonneweg 30 te betrekken. Lopende over de oude Cornelis Douwesweg vermeldt hij in de eerste en de derde alinea op de eerste pagina:
.
………….. Daar lopen we, aan de hand van vader het avontuur tegemoet: Tuindorp Oostzaan. Het is een hele tippel, het bootje gaat – nog – niet verder dan Goedkoop.
…………….Moeder is vooruitgegaan, Saartje bij zich, met de verhuisman, ik en Maurits vormen vandaag de achterhoede”.
.
……………“Links zijn scheepswerven. De romp van een zeeboot, droog, op het land, nog hoger dan een huis. Helemaal geroest; moet dat een nieuw schip worden?
…………….Nageljongens doen hun best, het driftig ritme van hun geklink begeleidt onze passen en jaagt ze op”


.

Met welk doel de heren hier op 21 april 1928 naar de 150tons stoombok en/of lading staan te kijken vermeld de historie niet.
Op de achtergrond kraanponton 1. Die kraan verplaatste zich over een soort kraanbaan die op een ponton geplaatst was.
.
.

.

 .Verhuur van bok en kranen was volgens deze brochure ook mogelijk. Gezien de geringe afmetingen van de
brochure is het niet mogelijk de tekst duidelijker te tonen.
.
. .
. Een voor de website gepimpte overzichtstekening van de werf rond 1930. Het origineel is op minder dan A4 afmetingen
in zwart/wit gepubliceerd op matig papier waardoor de ingevulde teksten slecht leesbaar zijn.
.
. Daan Goedkoop Dzn en Heyme Goedkoop, directeuren de NSM.
.


De werkzaamheden gingen op de nieuwe werf gestaag voort. De oprachten namen toe, de schepen werden ook nu nog steeds groter en ook nu bleef het bedrijf uitbreiden, aanpassen en moderniseren. De opzet voor de nieuwe werf was een doordachte constructie van Ir. Heyme Goedkoop. Aanvankelijk van 1911-1919 onderdirecteur maar vanaf 1919, en gelijk met Daniel Goedkoop Dzn., directeur der NSM. De opzet voor de werfinrichting was heel doordacht. Het streven was om met zo weinig mogelijk werknemers zo veel mogelijk werk te verzetten. Dit voorkwam onnodige uitgaven terwijl de opbrengsten hoger waren zo was de gedachte. De “groote loods”, later bekend als de Scheepsbouwloods, was de trots van de ontwerpers. Dit liet zich blijken door regelmatig bezoek, ook vanuit het buitenland, want er was een ontwerp bedacht dat veel aandacht trok. De aanvoer van het benodigde staal kwam vanuit Duitsland, België en soms Groot Britannië. Met dekschuiten of binnenschepen werd het plaatmateriaal in het Zijkanaal 1 en het profielijzer in het dwarskanaal aangevoerd en gelost. Op die locaties vond ook de opslag plaats. Het plaatmateriaal werd, gesorteerd op dikte en oppervlaktematen, vlak gestapeld op het sorteerterrein. Twee 5 tons kranen op hoogbanen konden twee boord aan boord liggen schepen lossen. Omdat walswerken in Nederland ontbraken werd voor minimaal 8 weken 10.000 ton materiaal in voorraad gehouden en wanneer nodig aangevuld. Aan de buitenzijde van de Scheepsbouwloods, bevonden zich op het sorteerterrein ook twee strekwalsen die een breedte van 3 meter en een dikte van 45 mm staal konden verwerken. Na het strekken ging het materiaal met een andere kraan naar binnen. Het te verwerken materiaal bevond zich nu in de hoge hal van de loods. Bovenin bevond zich de mallenzolder en daaronder de aftekenhal. Dwars op deze ruimte bevonden zich vijf kortere en lagere hallen. Hier kwam het afgetekende materiaal, afhankelijk van soort en bestemming, terecht. Hal I was voor het bewerken van de spanten. Aan de kopzijde (aan de kant van de latere lasloods) bevond zich buiten een spantenoven. Hier werden de spanten verhit en na binnenkomst in de hal bewerkt op de daarvoor aanwezige vloer die er thans nog ligt. In hal II werd groot plaatmateriaal bewerkt. Hal III was voor het bewerken van profielen. Hal IV voor het bewerken van klein plaatwerk en hal V was als reservehal bedoeld. Aan de andere lange zijde (de kant waar de hellingen zich bevinden) was de montagehal. Hier werden de onderdelen zover samengesteld als wenselijk of mogelijk was alvorens het naar de hellingen werd getransporteerd. Het klinkwerk vond dus ook deels binnen plaats. Het aantal machinerieën bestond behalve uit een boor- pons- en souvereinboormachine ook uit een dubbele splittenbank, schaafmachine, 4 meter schaar, een gewone schaar en een hydraulische pers. Als leek lukt het mij niet uit te leggen waar deze machines voor dienden. De opzet om met weinig handen veel werk te verzetten was echter wel gelukt. In de loods waren toen ongeveer 20 á 25 werklieden werkzaam. Met werklieden werden dan de handarbeiders bedoeld, de uurloners en niet de bazen.
.
In 2016 werd na het ontruimen van twee achtergelaten NSM tekeningenarchieven vanonder helling 4, een aantal blauwdruk gevonden waaruit bleek dat er in 1929 plannen bestonden voor het laten bouwen van een betonnen bouwdok. Deze informatie is redelijk verrassend omdat van deze plannen tot nu niets vermeld is. Het bouwdok, dus geen reparatiedok zoals bij de NDM, had een voor die tijd respectabele lengte van 200 meter. De locatie werd gedacht tussen helling 4 en het hoofdkantoor waarbij de voorzijde tot aan de smederij kwam. Op de bovenstaande gekleurde plattegrond is dit in het verlengde van de Noordpijl. Waarom dit project niet is doorgegaan is onbekend.

.
Het interieur van de scheepsbouwloods.
.

.
Uiteraard vonden de werkzaamheden ook buiten plaats. Hier een aanbouwer aan het werk.
.
.
Geen beter leven dan een buitenleven maar wel voor echte kerels in een situatie waar er van
enige Arbo bescherming nog geen sprake was.

.
.
1930. De zusterschepen Marnix van Sint Aldegonde en Johan van Oldenbarnevelt in de toen nog
zo genoemde “uitrustingshaven” de later afbouwhaven.

.
.

Het wegslaan van de laatste belemmeringen onder de kiel voor de tewaterlating. Deze rammen
bestonden in verschillende afmetingen. Dit exemplaar is bestemd voor zes man.
.
.

Op 14 februari 1935 liep ms Rotula van helling 2 van stapel. Deze tanker is gebouwd voor de Anglo-Saxon Petroleum Company (Shell). Gebruikelijk was dat genodigden nadien met de directie de receptie bezochten. Per stapelloop konden er nog meer bijkomende zaken plaatsvinden. In dit geval was er ook voor het NSM mannenkoor een rol weggelegd. De onderstaande teksten zijn bij deze stapelloop gezongen alleen is niet bekend op welk moment, voor, tijdens of daarna en wie voor de muzikale begeleiding zorgde. De teksten zijn als blauwdruk in mijn bezit maar slecht leesbaar. Een origineel exemplaar wordt als voorbeeld getoond en daarna de wel leesbare en letterlijk overgenomen teksten.
.

 .
LIED No. 1.
– – – – – – – – – –
DE SCHEEPSBOUW-WERF.
– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –
wyze : o dierbaar plekje grond
– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –
1.
O dierbaar plekje grond,
waar eens dit schip op stond,
O Scheepsbouw-werf!
Waar ‘t lied des arbeids klonk
By zwaar werktuig-geronk
Is ‘t nu zoo akeling stil,
O Scheepsbouw-werf!
– – – – – – – – –
2.
In Uw historie-blaan,
Lees ik de grootsche daan,
Van ‘t VOOR-geslacht!
Maar ach, die schoone tyd,
Waar gy zoo trotsch op zyt,
Die schynt voor goed voorby,
Voor ‘t NA-geslacht.
– – – – – – – – –
3.
Maar NEEN, — zoo is het NIET!
Want wie dit schip beziet,
Dit kunstproduct—
Die grypt opnieuw weer moed!
Blakend van nieuwen gloed
Hy dan zyn best weer doet
En ziet! — het lukt!
– – – – – – – – –
4.
O dierbaar plekje grond,
Waar eens dit schip op stond,
Versta het wel:
Waar alles troostloos ziet,
Schalt straks weer ‘t arbeidslied!
(Vergeet DIT echter niet)
Dank zy–de SHELL!
– – – – – – – – –
.
.
LIED No. 2
– – – – – – – – –
NEERLANDS VLAG OP ALLE WATEREN!
– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –
Wyze: O schitterende kleuren van Nederlands vlag.
– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –
1.
O schitterende kleuren van Nederlands vlag,
Gy wapperdet fier langs de vloed!
Wy vinden ‘t alleen maar zoo vrees’lyk beroerd,
Dat gy het allang niet meer doet………..
“Dat komt van de crisis”. zoo wordt er verteld,
Maar vroeger had Nederland dan steeds weer een held,
Die streed voor Uw recht en die streed voor Uw eer!
Zoo’n held hebben wy nu niet meer………..
– – – – – – – – – –
2.
De vloot wordt verkocht of een deel opgelegd!
Uw kleuren?…… Wy zien ze niet meer!
Is werk’lyk het pleit in Uw nadeel beslecht?
Is het uit met Uw roem, met uw eer?
Komt, Hollandsche jongens! Dat is toch een ramp!
Wordt wakker! Weest moedig! en geeft toch geen kamp!
De geest onzer vaderen herryze in U!
Pakt aan dan! Pakt aan! Doet het NU!
– – – – – – – – – –
3.
Als langer gy wacht nog, dan is het te laat!
Komt, treuzelt niet langer, ……………VOORUIT!
Houdt vast wat ge hebt en laat nimmer ze los,
De lynen naar Noord en naar Zuid!
Het kost wat het koste, kykt niet op een cent!
Dat waren Uw voorouders anders gewend!
Komt, toont U hun naam dan ook waard!.
– – – – – – – – – –
.
.
LIED No. 3.
– – – – – – – – –
DE GAVE GULDEN.
– – – – – – – – – – – – – –
Wyze: Ik had een wapenbroeder.
(oorspr. Ich hatt” einen Kameraden)
– – – – – – – – – – – – – – – – — – – – – – – –
1.
Ik heb een gave gulden,
Ach, had ik hem niet meer!
De rest ging devalueeren,
Nu kan ‘k niet concurreeren,
En zit ik droef ter neer………..(bis)
– – – – – – – – – – –
2.
“Ach, ging die gulden rollen”
Zoo zucht ik ied’ren dag……
Dan kon ‘k weer concurreeren
En dividend uitkeeren,
Ach, wanneer komt dit dag…….(bis)
– – – – – – – – – – –
3.
Maar NEEN, ….. nu niet gaan tobben!
Schudt af dien zwaren last!
Ondanks de “gouden” centen
Getart de concurrenten,
En moedig “AANGEPAST”! (bis)
– – – – – – – – – – –
4.
En daarom, gave gulden,
Al zit jy op het goud,
Ik wil ‘t je niet verhelen,
Het kan me niets meer schelen,
Zoolang…….”de SHELLGROEP” bouwt! (bis)
.
De Duitse tekst van Ich hatt’ einen Kameraden is in 1809 door Ludwig Uhland geschreven en pas later, in 1825, gecomponeerd door Friedrich Silcher. Het was oorspronkelijk bedoeld als een traditionele klaagzang voor overleden strijdmakkers en is in de tweede wereldoorlog door de SS veelvuldig als treurmars gebruikt en besmet geraakt. Niet alleen in Duitsland maar ook in Oostenrijk, Chili, Italië en bij het Franse Vreemdelingen legioen wordt het nog steeds, of weer, als zodanig gebruikt. Het vinden van de muziek zonder koor is tot op heden niet gelukt. Indien u Googled op bovenstaande Duitse titel kunt u de muziek beluisteren (en de afbeeldingen moet u dan maar negeren).
.
.
LIED No. 4.
– – – – – – – – –
ODE AAN SIR HENRY DETERDING!
– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –
Wyze: Wilhelmus van Nassouwe.
– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –
1.
Wy zingen thans ter eere
Van Neerlands grooten zoon.
Ter eere van Sir Henry,
Een lied op blyden toon!
De “Koninklyke Olie”
Zy hulde en dank gebracht!
Zy schonk ons haar vertrouwen
En daardoor nieuwe kracht!.
– – – – – – – – – –
2.
Wy blyven voorwaarts streven
Hoe zwaar de stryd ook velt.
Hetzy de gulden staan blyft
Of dat hy straks ook valt!
Het oog slechts op Sir Henry
En op zyn staf gericht!
Dan komt er ook voor Scheepsbouw
Weer betere tyd is zicht!.
– – – – – – – – – –
.
.
LIED No. 5
– – – – – – – – –
SLOTKOOR.
– – – – – – – – – –
(Negende Symphonie)
– – – – – – – – – –
Van je hela, hola, houdt er den moet maar in!
enz.
.
.
Na al dit jolijt is het nu weer tijd om aan het werk te gaan. Niet dat er op de werf niets gebeurde, integendeel. De productie werd voortvarend aangepakt en met regelmaat liepen er schepen
van stapel. Steeds groter en moderner, het tijdperk van de stoomschepen ging langzaam maar zeker over in dat van de motorschepen. Hoe dan ook, het bedrijf draaide op volle toeren.
.
>

1937, vanuit de kraan genomen foto met zicht op helling II. Het schip in aanbouw is ms Tegelberg. Links, op helling 3, zijn elevatorbakken, uit de bouwnummerreeks
244 t/m 263, voor NV Verschure & Co. in aanbouw. De modderbakken zijn onder de namen Labor 70 t/m Labor 89 in de vaart gekomen.

.
.

Ook hier een niet geïdentificeerd schip in aanbouw. De locatie is de na de oorlog gesloopte helling I.
Net als in de woningbouw werd ook hier met houten steigerpalen gewerkt.
.
.
Hellingen 1 t/m 4 werden bediend door de kranen op de hoogbanen en naast de hellingen 1 en 4 waren tevens kranen die zich via rails over het maaiveld verplaatsten.
Hier wordt met de Phoenix een vervangende kraan langs helling 4 geplaatst. Deze kraan had een contragewicht in de vorm van een kolossale betonnen molensteen.

.
.

1937, de kiellegging op helling III van een schip dat nog heel veel lief en leed zou gaan ervaren, de Oranje. Het op de kielplaat geplaatste bord is een tot het einde
gehandhaafde traditie. Hier zijn nog slechts de bouwer en het bouwnummer vermeld en bij latere gelegenheden, met name na de oorlog, zou het verhaal uitgebreider
worden. De eerste nagel zou geklonken worden door A. Tonkes.

.
.

Circa 1938, in de Scheepsbouwloods met als bedienaar van deze machine S.J. Bakker.
.
. Ongeveer uit dezelfde periode dateert ook deze opname in de Scheepsbouwloods.
Er waren veel 
machines voor het zware werk aanwezig. Links S.J. Bakker.
.
. Dat de zaken bij de NSM goed geregeld waren is ondertussen wel duidelijk. Dit gold ook voor de personeelszorg.
Dit boekje met de afmetingen 21,5×14,3 cm, dateert uit 1938.

.
.

Het bewijs van toegang voor het “gewone volk” dat op 8 september 1938 nog per rijwiel of openbaar vervoer kwam.
.
 

 Voor genodigden ging het anders, niet alleen het vervoer maar ook een plaats op de gereserveerde tribune was niet voor
iedereen weggelegd. Het aanwezig zijn van Koningin Wilhelmina had gevolgen voor het bezoeken van de werf.

. 8 september 1938, klaar voor de stapelloop.
.

 Daar gaat ze dan, een schip met bijnamen als de “zwanger dame” vanwege de ronde vormen van de romp t.h.v. de waterlijn.
Deze panoramafoto heeft afmetingen van 130×40 centimeter en is, van dichtbij, uitzonderlijk gedetailleerd.

.
.

 De bovenstaande opname is rond 1940 gemaakt vanaf een schip in aanbouw op helling II. Het water van het Zijkanaal 1 wordt overspannen
door de “lange brug”. Naar links leidt de weg via de Cornelis Douwesweg naar Tuindorp Oostzaan en naar rechts naar Amsterdam Noord.

. .
De fotograaf heeft hier een andere positie ingenomen en wel vanaf een kraan op de hoogbaan (kraanbaan) bij helling III.
Geheel links, niet zichtbaar, ligt Tuindorp Oostzaan.

.
.

Januari 1938, het op het hoofdkantoor werkzame personeel, let op de m/v verhouding. Mejuffrouw Kram was telefoniste ten kantore.
Naast beide directeuren was iedereen, van ingenieur tot directiechauffeur, uitgenodigd om voor het als achtergronddecor fungerende hoofdkantoor te poseren.
.
.
.
Toen werd het mei 1940, ook Nederland werd onder de voet gelopen door Duitse bezettingstroepen. De bezetting van ons land had uiteraard, en zeker op termijn, ook gevolgen voor de NSM en NDM. Een deel van het personeel werd gemobiliseerd en vertrok. Het toegang hebben tot de werf was geen vanzelfsprekendheid meer. Het personeel diende in het bezit te zijn van een legitimatiebewijs met “photografische afbeelding” dat door de directie werd verstrekt en dit zal ongetwijfeld een door de bezetter opgelegd maatregel zijn geweest.
.
Op de achterzijde staat ook vermeld naar welke schuilkelder de drager van deze pas bij luchtalarm
heeft moeten uitwijken. In dit geval diende de heer A.A. de Kreek naar schuilkelder 6 te gaan.
. Dat het hier geen vrijblijvend initiatief van de NSM betrof blijkt uit de ondertekening door
een vertegenwoordiger van de Sicherheitsdienst.
(met dank aan Bob de Kreek)
.
.

Een bijzondere situatie deed zich toen voor met de, in de afbouwfase verkerende, lichte kruizer Hr.Ms. Heemskerk. Op 10 mei, in de ochtend, zag ze nog rood van de menie, in de avond was ze grijs. De bewapening was aangebracht maar de vuurleidingsystemen waren nog niet aangesloten. Die nacht is ze geruisloos, zonder sleepbootassistentie en zonder proefvaart, naar IJmuiden gevaren en naar Engeland overgestoken. Een beschreven anekdote: Een paar dagen daarna meldt zich een Feldwebel bij Daan Goedkoop met de vraag waar de Heemskerk gebleven is. Daan zegt dan: O, die heb ik voor het laatst gezien toen ie die kant uit voer. Waar naartoe kan ik u niet zeggen. Ik zou het niet weten waar ie gebleven kan zijn. Goededag”. De Heemskerk was reeds onderweg naar het westen, naar Engeland. In 1940 en 1941 zijn nog een paar reeds aanbestede schepen van stapel gelopen. Deze schepen werden geconfisqueerd, aan de Duitse vloot toegevoegd en waren in de regel een kort leven beschoren. De hierna volgende vijf jaar zou veel invloed hebben op het doen en laten van de werfactiviteiten. Het leven op de werf ging ondanks alles gestaag zijn gang en achteraf kan de vraag gesteld worden of het bouwen en repareren voor de bezetter wel een zuivere handeling was. De vervolgvraag is dan nu wat er gebeurd zou zijn indien dit werk geweigerd zou zijn geweest. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de Duitse bezetter en de Kriegsmarine dan maar naar een andere werf gegaan zouden zijn. Het Duitse gezag liet weing keus en doorgaan met waar men goed in was zal een noodgedwongen keus zijn geweest. Het aantal later, in Duitse opdracht, aanbestede schepen in zijn totaliteit, was aanzienlijk, hoewel maar een bescheiden deel ooit gebouwd is. Er werden drie Duitse toezichthouders aangesteld waarvan er een goed op de hoogte was met het doen en laten op de werf. In de 20er jaren had hij hier als “Gastarbeiter” gewerkt aan de opbouw van de nieuwe werf.
.
.

Deze opname, die vermoedelijk met een verborgen camera gemaakt zal zijn, geeft een blik op de afbouwhaven. De op de voorgrond liggende motorvlet is (op een andere afbeelding te zien) net met een kraan tewatergelaten. Het gebouw rechts is later vervangen door het daarna zo genoemde “gebouw Kersten” dat thans als restaurant de IJ-kantine bekend is. Tussen de schepen en het gebouw lag de inmiddels gesloopte helling V. De schepen, en mogelijk ook de vlet, zijn hoogstwaarschijnlijk grijs van kleur, maar dan wel Kriegsmarinegrijs. Het achterste schip, mogelijk de Eisen of de Stahl, heeft een voorsteven zoals die toen voor Duitse werkplaatsschepen werd uitgevoerd. In de oorlogsjaren zijn er in opdracht van de bezetter, ook bij de NDM, vele schepen gebouwd, verbouwd en gerepareerd. Dat het tempo en de kwaliteit niet op recordhoogte lagen mag duidelijk zijn..
.
.

De NSM kende een eigen distributiesysteem waarbij het te verstrekken materiaal beperkt bleef tot werkkleding en vervoer.
Deze kaart is verstrekt aan employe C. Arents en meet 11,5×7,5cm.
.
.

.
Er bestaan nauwelijks door werknemers beschreven verhalen over passief en actief verzet maar die verhalen zijn er wel. Het is bekend dat er veel is voorgevallen maar het is helaas niet altijd vastgelegd. Deze verhalen worden verteld en zullen uiteindelijk, met het verstrijken der tijd, niet meer gehoord worden. Wel beschreven is het deelnemen aan een door de CPN uitgeroepen staking op 17 februari 1941. Deze staking is te beschouwen als de opmaat voor de grote Februaristaking van 1941 als protest tegen de Jodenvervolging. Hierbij waren ook veel NSM werknemers aanwezig. De kwaliteit van het geleverde werk liet, als dit maar niet zichtbaar was, veel te wensen over en het tempo blijkbaar eveneens want later is berekend dat de productie in bezettingstijd slechts een kwart was van de vooroorlogse productie. Een geallieerde luchtaanval in juli 1943, gericht op de Fokker fabrieken in Noord, bracht slechts lichte materiele bombardement schade, de gieterij annex pijpenwerkplaats van onderaannemer Becht en Dyserinck kreeg een voltreffer, maar zorgde wel voor een welkome vertraging.
.
De NSM beschikt over een eigen verzetsbeweging die uit werknemers met militaire ervaring bestond. Deze groep maakte deel uit van de OD. Er deed zich een aantal zaken voor dat, vanwege de beschikbare ruimte, hier alleen als een opsomming kan geschieden. Een stapelloop van twee Duitse mijnenvegers verliep letterlijk niet erg gesmeerd omdat de goten en sleeën met (waterhoudende) groene zeep waren ingesmeerd dat door de nachtelijke vrieskou bevroren was. “Per ongeluk” gingen machines stuk, werd materiaal verknoeid, brak er brand uit, steeg het ziektepercentage, kwam men te laat of deden zich, als gevolg van de vertragingstactieken, andere onverklaarbare zaken voor. De directie die hiervan op de hoogte was en het van harte ondersteunde, had andere zorgen. Het voorkomen van deportatie van werknemers naar werven in Bremen en Hamburg werd een herhalend kat en muisspeld tussen de bezettingsautoriteiten en directie.
.
Voor de ondergrondse werden allerlei zaken geritseld zoals: olie voor het onderhouden van wapens, brandstof, carbid, hout, staal, gereedschappen, papier voor de illegale pers, geld voor onderduikers, springstoffen, een hospitaalinrichting met kribben, matrassen, dekens, medicamenten en een Röntgenapparaat voor gewonde geallieerde vliegers en voorts een zendinstallatie. Op de werf waren verborgen nachtverblijven met ligstro en olielampen ingericht voor onderduikers, Arbeidseinzats weigeraars. De gedachte was dat niemand in het hol van de leeuw zou gaan zoeken en dat bleek juist. Er werd daarnaast, voor thuisgebruik, ook van alles “georganiseerd” zoals vet, olie en hout, als het maar branden kon. Het smokkelen van hout werd, als het weer het toeliet, ’s nachts zwemmend over het dwarskanaal gebracht en in Tuindorp Oostzaan opgeslagen en verdeeld. Hoewel er ’s nachts niet gewerkt werd, was er een zeer groot aantal brandwachten aanwezig, veel meer dan onder normale omstandigheden, om bepaalde zaken te “begeleiden”.
.
Door een contante betaling van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij beschikt de directie over geld om, waar nodig, te besteden. Alle beschikbare gelden werden verzameld en voor noodgevallen op valse namen bij bevriende Amsterdamse bankiers in safes ondergebracht. Een toenmalige bedrijfsleider was achteraf van mening dat het succes van het traineren mede te danken was aan de scheve onderlinge gezagsverhoudingen bij het Duitse gezag en toezicht, de Wehrmacht, Kriegsmarine en opdrachtgevers/rederijen. Volgens hem hadden de Duitse bemanningen ook niet veel haast om uit het veilige Amsterdam te vertrekken.
.
En toen vond de directie dat er, ondanks de sombere situatie, een goede reden was om iets feestelijks te organiseren. Die reden was het 50 jarig bestaan van de NSM. Ook hier bleek weer hoe creatief men kon zijn. Na de bedrijfsjubilea in 1919 en 1934 was nu 1944 het jubeljaar. Augustus 1944 moest koste wat het koste een maand worden waarin er weer iets aangenaams te beleven was, de gedachte even de andere kant op en de zinnen verzet. En daar werd werk van gemaakt.
,
Op vrijdag 26 augustus 1944, om elf uur, vond een Buitengewone Algemene Aandeelhoudersvergadering plaats waarin de aftredende directeur Daan Goedkoop Dzn. tot gedelegeerd commissaris werd benoemd. Hij ontving bij die gelegenheid een door Bart Peizel geschilderd portret. Bij die gelegenheid werd het directiestokje overgenomen door Piet Goedkoop. Aansluitend vond in de lunchkamer een bijeenkomst plaats waar de naaste medewerkers hun vertrouwen in de toekomst uitspraken, er werd gesproken door de Raad van Commissarissen en de heer N.J. Verdam namens de staf. Vervolgens werd het door Carel Kneulman ontworpen geschenk symbolisch overhandigd en Daan en Piet Goedkoop spraken hierna “woorden van erkentelijkheid”. Het gezelschap toog naar buiten en daar stonden (volgens een ooggetuige) duizenden werknemers verzameld. Hier volgde de onthulling van de gedenksteen met op de sokkel een bronzen medaillon met daarop, als eerbetoon aan de in 1929 overleden Daniel Goedkoop jr., diens beeltenis. De bedrijfsleider de heer A.A. van Donkelaar hield een redevoering en de Harmonie uit Tuindorp Oostzaan zorgde voor de muzikale ondersteuning. Het personeel werd blij verrast met de aankondiging van een geldelijke beloning en zij die tien jaar in dienst waren werden aandeelhouder. Door het koor, bestaande uit NSM personeel werd, begeleid door de Harmonie, De “Scheepsbouw-marsch”, met tekst van Willy Schotemans, gezongen. Het monument nu bekend als “ de naald van Goedkoop”, is een monument vervaardigd van lavasteen uit (heel ironisch) de Harz met een hoogte van ruim vier meter en een gewicht van ongeveer 4,5 ton. De hoogte is inclusief een op de zuil bevestigde lamp met bronzen armatuur, wit opalineglas en voorzien van het NSM embleem. De lamp is nu helaas spoorloos en vervangen door een tijdelijke replica.
..
Onderstaand een overzicht in zwart/wit fotootjes, afmetingen 8×5,5cm en gemaakt vanuit het hoofdkantoor. De foto’s zijn aan de achterzijde genummerd en het hoogste nummer is 17. Er zijn dus blijkbaar meer opnamen gemaakt dan hier afgebeeld zijn.
. Geheel links staat het Harmoniecorps Tuindorp Oostzaan voor de muzikale ondersteuning.
Daarvoor staat een koor waarvan niet denkbeeldig is dat dit het personeelskoor van de NSM is.
. De voor de onthulling te gebruiken vlaggen hangen aan een soort draadconstructie.
. De genodigden die de feitelijke onthulling verricht hebben begeven zich naar hun plaatsen.
. De heer P. Goedkoop, directeur, spreekt tot de aanwezigen.

. De onthulling is een feit. Op “de naald” is een lamp te zien en deze lamp is ooit spoorloos verdwenen.
Gedetailleerde afbeeldingen en maatgegevens voor een eventuele vervanging ontbreken.
.
Het officiële deel is achter de rug, tijd voor scheiding tussen overalls en jacquets.
.

.

Het medaillon dat op de sokkel bevestigd is en de toestand daarvan in 2010.
.

.
Het medaillon op de gedenksteen is ontworpen door Carel Kneulman (Amsterdam, 15-12-1915 – Darp, 15-1-2008). Carel Kneulman was op 10 maart 1937 als kantoorbediende bij de NSM in dienst getreden en, na als boekhouder aan het werk te zijn geweest, is hij naar de afdeling Tijdcontrole overgegaan. Tijdens de Februaristaking van 1941, was hij de enige van het kantoorpersoneel die aan de staking meedeed. Vanwege principiële en onoverkomelijke bezwaren, het bouwen van schepen voor de bezetter, heeft hij ontslag genomen en op 30 september 1941 de werf verlaten. Bij de Rijksacademie heeft hij, o.l.v. professor Jan Bronner, de dagopleiding ’41-’42 beeldhouwen gevolgd. Daan Goedkoop Dzn. betoonde zich meer dan begripvol en heeft er voor gezorgd dat Kneulman gedurende zijn studie financieel ondersteund werd door de NSM. Men bleek hem dus niet vergeten en de gegunde opdracht was voor Kneulman tevens zijn eerste opdracht. Op de bovenstaande groepsfoto staat Kneulman als nummer 28 afgebeeld.
.
De directie had nog meer feestelijke pijlen op de boog, in de middag, een vrije vrijdagmiddag dus, ging men naar het Mosveld waar zich toen de voetbalvelden van de Volewijckers bevonden. Hier vonden sportwedstrijden plaats zoals touwtrekken en dergelijken. Dit was nog niet alles, de volgende dag, zaterdag was toen ook een werkdag, gingen de sportwedstrijden om 08.00 uur weer verder. Maar de directie had nog meer feestelijk pijlen op de boog. Er waren, provisorisch, genummerde rijen tafels en banken geplaatst waar de werknemers en hun gezinsleden zich, onder een augustus zonnetje, te goed konden doen aan erwtensoep en bruine bonen. Er was ook toen was daar muziek van het Harmoniecorps Tuindorp Oostzaan, kortom een feestelijke dag.
.
.

Deze maaltijd zou een paar maanden later gevolgd worden door de hongerwinter van 1944/1945.
.
. De sportwedstrijden zoals die op het Volewijckersterrein gehouden werden. Ondanks de warme augustusmaand keurig met overhemd en pantalon.
.
.
Het sportieve gebeuren kreeg de volle aandacht van de directie, staf en beambten. Links vooraan Piet Goedkoop.
.
.
Welke takken van sport er zijn beoefend is niet bekend. Op een bovenstaande foto is een wedstrijd zaklopen te zien maar op de hier boven en onder afgebeelde penningen zijn ook een hardloper en voetballer afgebeeld. Het is aannemelijk dat de 2de prijs is uitgereikt aan een hardloper. Zoals vaak levert elk antwoord een nieuwe vraag op zoals, welke sporten zijn beoefend, wie hebben deze prijzen ontvangen en wie heeft ze uitgereikt. In het laatste geval is aannemelijk dat dit Piet Goedkoop is geweest. De prijs is 90 mm breed en zilver behoord bij de 2de prijs, echter het materiaal is alpaca. Het sokkeltje ontbrak en is hier van een tijdelijk sokkeltje voorzien. Was het oorspronkelijk van steen, metaal of hout en welk vorm had het dan? Wie weet het antwoord?
.

Alle deelnemers en/of genodigden (?) tijdens dit sportieve evenement ontvingen bovenstaande plaquette.
De afmeting is Ø 90mm, als randschrift boven: 25 augustus 1944, onder: 1894 en 1944.

.

De festiviteiten waren nog niet voorbij want voor die avond stond een grootse feestavond gepland. In de Apollohal, hoek Apollolaan/Stadionweg, zou het Gouden Jubileum gevierd gaan worden waarbij een keur aan artiesten zou optreden zoals: Bob Nelson conferencier (=Barend Barendse, later bekend als sportverslaggever en als spelleider in tal van tv programma’s), Dansorkest “de Grashoppers” o.l.v. Cor Perez (Cor Peperzeel) en met zang van Miesje Sanders, De Kilima Hawaiians, het NSM sextet o.l.v. G. van Brussel, Accordeonvereniging Animato o.l.v. G.E. den Boer, Toneelspel met NSM acteurs onder regie van Gerard J. Metzelaar met teksten van Hella Haasse en Clinge Doornbos. Als hoogtepunt René Sleeswijk’s Nederlandsche Revue met Willy Walden en Piet Muyzelaar als Snip en Snap, het Deensch Ballet de 12 Danske Dansene Elsklinger (waarin ook Aase Rasmussen de later vrouw van Willy Walden een rol had) en last but not least Cor Steyn’s Groot Revue-Orkest. De aanvang was om 8.15 uur. Achteraf ontstond er wel een probleem omdat er rekening gehouden moest worden met spertijd, de oorlog was in Noord Holland nog niet voorbij en blijkbaar had men dat, gezien de geallieerde opmars, toen wel zo ingeschat. Het woord creatief is al vaker aangehaald en ook hiervoor is een oplossing bedacht, doorgaan tot na opheffing spertijd, dus de volgende zondagochtend. Onder diezelfde creatieve noemer valt ook het volgende: de NSM beschikte over personeel dat niet zelden uit vissersplaatsen afkomstig was. Via die connecties werden vanuit Volendam en omgeving grote voorraden paling naar Amsterdam gesmokkeld. Hoe en langs welke weg is mij niet bekend. Wel dat het naar de Apollohal werd vervoerd en, door het afleiden van allerlei foute lieden, langs de achteringang naar binnen werd gebracht. De Duitsers mochten hiervan uiteraard niets weten want dan zou het worden ingevorderd. Deze anekdote is verteld door iemand die daarbij betrokken was maar, uit veiligheidsoverwegingen toen, niet van alle details op de hoogte was.


.
 

.

.

.

Het programmaboekje zoals dat verstrekt werd. De afmetingen zijn 18,5x15cm.
.
. Op de originele foto, gemaakt tijdens de feestavond in de Apollohal, is aan de bedrukte en ingevallen gezichten
goed te zien dat ook deze feestavond niet alle sores teniet kon doen.
.

.

De songteksten staan op een bijlage uit het programmaboekje en hebben dezelfde afmetingen. Op welke wijs dit werd gezongen is niet bekend.
.
.

Ook een blijvende herinnering werd aan iedereen verstrekt. De tekst op de keerzijde van deze penning met een diameter van 7cm luidt:
Voor Uw medewerking aan de viering van het 50-jarig bestaan der N.S.M. 29 Aug. 1944

.

Aan (zaken)relaties werd een presse-papier verstrekt, de afmetingen over de rechte vlakken zijn 7cm en de dikte 1cm.
Een grote vraag blijft waar de bedrijfsleiding het materiaal voor het monument, en alle penningen vandaan heeft gehaald
terwijl de bezetter alles dat los en vast zat afvoerde voor de oorlogsindustrie.
.

Dit jubileummoment was tevens het moment waarop Daan Goedkoop Dzn. tijdens een aandeelhoudersvergadering, na 25 jaar, zijn functie overdroeg aan Pieter (Piet) Goedkoop. Heyme Goedkoop was vanwege gezondheidsredenen al eerder afgetreden. Na een halve eeuw opnieuw een Goedkoop aan het roer. Er zouden voor hem nog zware tijden in het verschiet liggen.
.

 

Pieter Goedkoop
.
Er braken, kort na de feestelijkheden, hectische tijden aan, naar het noorden oprukkende geallieerde eenheden, Dolle Dinsdag, de slag om Arnhem, en het kon niet anders dan alle ellende zou snel voor bij zijn. Het liep, zoals al snel zou blijken, echter heel anders.
. 

Vrijdag 22 september 1944. Om 06.45 uur kreeg iedereen die op de werf aanwezig was opdracht van de werf te vertrekken. De Grüne Polizei en de Wasserschutz Polizei hadden het werfterrein, zowel vanaf het land als de waterzijde, afgezet. Een hierbij aanwezig Sprengcommando begon, bij de toen nieuwe helling V, in het kader van de “tactiek van de verschroeide aarde” met de voorbereidingen om daar te vernielen wat niet afgevoerd kon worden. Bij elke torenkraan werden twee poten met “Gelatine Donarit S” voorbereid. Een lont met een vertraging van drie minuten  leidde naar de springstof en zo ging rond 08.00 uur de eerste kraan en daarna de andere kranen onderuit. Een contragewicht valt hierbij in de hellingvloer. Vervolgens komen  de hoogbanen bij de hellingen II  en III aan de beurt. Een enorme chaos van ingestorte en omgevallen hoogbanen en kranen over en naast de helling is het gevolg. Men heeft de smaak te pakken en nu zijn de kranen bij de hellingen I en IV aan de beurt. Twee kranen bij helling IV vallen op de Smederij en ook de kranen op het sorteerterrein worden niet overgeslagen. Het personeel laat zich, na het vertrek van het Judaslegioen, niet onbetuigd, alles dat verplaatsbaar en hanteerbaar was werd zoveel mogelijk naar het naastgelegen Tuindorp Oostzaan en Amsterdam Noord verplaatst en in schuurtjes en ook elders verstopt. Zuurstof- en andere gas houdende flessen werden bij helling V in het water gegooid.
.
.
De trieste restanten op helling V van wat eerst een trotse torenkraan was.
Op de hellingmuur is een bord bevestigd met daarop de tekst SCHUILKELDER 4.

.
Zaterdag 23 september 1944. Het blijft rustig op de werf, geen bezoek en geen vernielingen. Een aantal personeelsleden, bevreesd voor meer schade, gaat redden wat er te redden valt. Zoveel als mogelijk is worden gereedschappen en lasmachines (dit waren niet de lastrafo’s zoals we die nu kennen) in veiligheid gebracht door te verstoppen en af te voeren. De 150-tons stoombok wordt over het Noordzeekanaal richting Zaandam gevaren en voor de Hembrug t.h.v. meelfabriek “de Vrede”  in het ondiepe Barnegat aan de grond gezet. De hoogte van de vlucht  maakt dat dit toch opvalt en ook de bok komt aan de beurt. De machinist van het watergemaal krijgt de opdracht om ramen open en oren dicht te houden. Zijn gezin vertrekt overhaast en hij zal later verklaren dat er negentien explosies zijn geweest. De stoomlieren zijn eerst aan de beurt en vervolgens de vlucht van 30 meter hoog. Onder de stoelen van de trekstangen en bij de tuimelblokken worden ladingen tot ontploffing gebracht. Zonder het beoogde resultaat, de bok blijft fier overeind. Vervolgens worden ladingen aangebracht tegen de huid van het ponton. Ook dit heeft geen fataal effect. Daarna een herkansing op de steunpoten. De poten zijn deels weggeslagen maar nog blijft de vlucht overeind. Het Sprengcommando durft nu niet meer aan boord te gaan en verdwijnt. De hele nacht en zondagochtend blijft de bok overeind en dan, zondagmiddag valt de opbouw uit zichzelf voorover en duikt in de modder.
 .

Hetzelfde beeld, verwrongen staal is wat nog rest.
.

Zondag 24 september 1944. Ook deze dag wordt alles weer afgezet en nu is het binnenwerk aan de beurt. In de scheepsbouwloods worden de motoren van de zware machines, de bedden van de schaafbanken, de boormachines en de loopkranen vernield. Het gebouw wordt zwaar beschadigd en de ruiten sneuvelden. Het kunnen uitvoeren van werkzaamheden is nu gedaan. Van de stoomkranen die over rails over het terrein rijden worden de stoomketels opgeblazen. In de machinekamers worden de compressoren en omvormers onbruikbaar gemaakt en ook de transformatoren van 10.000 Volt naar 380 Volt inclusief de schakelborden worden niet ontzien. In de traforuimte bij helling IV is de transformatorolie door een explosie in brand geraakt en hieruit ontstaat een felle brand doordat de brandende en weg spattende olie de opgeslagen vette goten en sleeën in brand heeft gezet. Hierdoor ontstaat vervolgens brand in een voorraad verfblikken die onder de helling ligt opgeslagen. Onder de helling bevindt zich ook het bombestendige tekeningen- en correspondentiearchief. Ondanks dat vrijwilligers met staalwol en cement de ventilatienaden gedicht hebben loopt het archief zware rookschade op. Deze balans kon pas weken later opgemaakt worden.
.

Wat valt er verder nog te zeggen?
.
.Maandag 25 september 1944. Vandaag geen Duits bezoek en weer gaan werknemers verder met het verstoppen en afvoeren van alles dat men wil veiligstellen voor betere tijden. Lijdzaam toezien was geen optie, er werden door het personeel en verzet listen verzonnen en uitgevoerd.
.

Commentaar overbodig.
.
Dinsdag 26 september 1944.
Weer is de bezetter present met vernielzuchtige bedoelingen. De dunplaatwerkerij en de leerschoolwerkplaats komen nu ook aan de beurt. Dan volgt een luide explosie. Op helling II is het Hansa type C vrachtschip Mai Rickmers, in aanbouw voor de Duitse Rickmers Rhederei, nu het slachtoffer. Na het optrekken van een bruine stofwolk vertoont het schip een enorm gat. Het klapstuk was letterlijk tot het einde bewaard. Piet Goedkoop ziet, vanaf de andere kant van het IJ vanuit het kantoor van de Reederij v.h. Gebr. Goedkoop, machteloos en met afschuw wat er op zijn werf gebeurd.
.

De Mai Rickmers bijna doormidden geblazen en het naastliggende schip door de drukgolf ingedeukt.
.
Vanaf de andere zijde gezien is de schade net zo erg. Restanten van de wat eens eenkraan was.

.
Het leed was nog niet geleden, met regelmaat verschijnen in de tijd daarna figuren die in alle hoeken en gaten op zoek gaan naar vergeten en nog bruikbare zaken. Staal, hout, touw, staaldraad, blokken, takels, zeil, pijpen, afsluiters, kortom niets wordt ontzien. Het NSM personeel zit echter ook niet stil, ook ’s nachts niet. In het nachtelijke duister ligt een motorboot voor de werf en een paar uur later vertrekt de boot over het verduisterde IJ. Met vervalste papieren zet ze koers naar het gebied rond Uithoorn. Hier wordt de lading verdeeld onder boeren die het verstoppen in hooibergen en schuren. Ook over land komt er bezoek. Boerenwagens worden afgeladen en vertrekken richting Waterland. In de toch leegstaande schuren van eierboeren wordt het ’s nachts veiliggesteld materiaal en gereedschap verborgen. Het voorkomen en vertragen van diefstal van NSM eigendommen door de bezetter  is het enige wat men nu nog kan ondernemen. De Duitsers zenden een schip om hun aandeel op te halen. De lading wordt plaatijzer dat niet afgevoerd en verstopt kon worden. Het laden van de schepen duurt weken. Omdat de kanalen in Friesland onbruikbaar zijn vanwege de Royal Air Force beschietingen werd voor een route over de Waddenzee gekozen. De diepgang mocht daar niet meer dan 1.85 meter bedragen. Daar werd wat op gevonden, peilstokken die aangaven wanneer een schip deze diepgang bereikt had werden “aangepast”. In werkelijkheid stak het schip nu 2 meter als de stok 1,85 aangaf. Bij Harlingen liep het eerste schip aan de grond. De Nederlandse schippers waren op de hoogte van het spel dat gespeeld werd. Van één schip raakt de stuurinrichting onklaar en een ander schip maakt een manoeuvreerfout en loopt ook aan de grond. Op deze manier zijn veel ladingen nooit in de Heimat aangekomen.
.

Een deel van de smederij werd getroffen door twee vallende kranen.
.
  Anno 2011 is de herstelde schade aan de oostmuur nog steeds waarneembaar. Het rechter deel op de foto is hersteld met straatklinkers zoals
die overal op de werf te vinden zijn. Het tekort aan bouwmaterialen in de naoorlogse wederopbouwperiode zal daar debet aan geweest zijn.

.
Eén kraan had de slachting overleefd. Een hellingkraan moest vanwege een zogenaamde reparatie gedemonteerd worden. Alle losse onderdelen werden her en der over de werf verspreid en werden als afzonderlijke componenten over het hoofd gezien of leken niet van belang. Onder een der hellingen bevond zich een gloednieuwe compressor met nul draaiuren. De opstellingsruimte gaf echter een andere aanblik, een ruimte vol met lege verblikken waarachter de compressor verscholen was. Op deze wijze zijn ook elektromotoren en lastoestellen verstopt.
.

Na 50 jaar van opbouwen resten nu alleen nog maar puin en schroot.
Hier de achterzijde van de machinekamer. De voorzijde gaf uitzicht op de afbouwhaven toen nog de uitrustingshaven
genoemd. In tegenstelling tot wat beweerd wordt is de ronde pijp geen schoorsteeen maar een horizontaal
op het dak gelegen cilinder die waarschijnlijk bestemd was voor het opslaan en/of afvoeren van (pers)lucht.
.

.
Het kantoorpersoneel was in die periode ondergebracht in een pand aan de Herengracht, zonder naambord en het personeelsregister bevond zich op een andere geheime locatie. Het technische personeel was, bij gebrek aan ander werk, bezig met het maken van een draaiboek voor de wederopbouw. Achteraf wordt de totale schade beraamd op 3,8 miljoen gulden. Na vijftig jaar was er van de NSM niet meer over dan een vervallen en desolate onderneming maar dat zou van korte duur zijn.
.
Van de drie bij de NSM in gebruik zijnde motorboten waren er door de Duitsers twee gestolen. Oplettende personeelsleden wisten waar deze boten waren en hebben ze teruggehaald voordat zij konden worden afgevoerd. Omdat het herstel van de elektriciteitsvoorziening nog weken kon duren werd op een benzinemotor een dynamo gemonteerd die voor de benodigde energie zorgde. Hierdoor kon een deel van het machinepark weer draaien. Kantoren werden opgeknapt, schoongemaakt en weer ingericht. De telefooncentrale die bij iemand in de kelder had gestaan kwam weer terug en werd weer geïnstalleerd en ook telefoontoestellen kwamen weer terug. Een aantal draaibanken was door helder inzicht met zwart en bruin gemaakt vet omgetoverd tot ogenschijnlijk roestige werktuigen die op de Duitsers weinig indruk maakten en zodoende behouden bleven. Na een poetsbeurt waren ook deze machines weer inzetbaar. Volgens het “wederopbouwhandboek” waren de elektrische werkplaats en de bankwerkerij in de beginfase de belangrijkste bedrijfsonderdelen. De toenmalige bedrijfsleider was van mening dat het verleden ook iets positiefs gebracht, de toepassingen van de lastechniek waren in een stroomversnelling gekomen. Vanwege het noodzakelijke bouwen van Liberty en Victory schepen had men in de VS daar veel ervaring mee opgedaan. Het lassen werd bij de NSM voor de oorlog al toegepast maar dan niet als vervanging voor het klinken. Lassen kon toen ook alleen nog maar horizontaal.
.
.
De uit zijn as herrezen stoombok die vanweg deze herrijzenis werd omgedoopt tot Phoenix.
De naam is, hoewel slecht leesbaar bevestigd op de onderste horizontale balk van de vlucht.

.
Langzaam maar zeker komt er beweging in de wederopbouw. De eerste dagen na de bevrijding breekt een periode aan van feestvieren en verwerken. Dan komt de tijd dat er aan de wederopbouw gewerkt moet worden. Niet alleen in de privésfeer, thuis en met familie en vrienden maar ook op de werf. De handen moeten uit de mouwen worden gestoken. Langzaam maar zeker komen de verstopt materialen, gereedschappen en machineonderdelen (soms letterlijk) weer boven water. Uit allerlei kelders, schuren, van zolders en uit de grond worden de zaken weer aangeleverd. Met dit schamele bezit worden volgens een strak protocol machines opgelapt, puin afgevoerd,  werkplaatsen gerepareerd, kan er weer gelast worden en de opwaartse spiraal vangt aan. Het ponton van de 150-tons bok is door de Koninklijke Marine en de 2de Genie Compagnie weer vlot gekregen en de vlucht is op de werf gezet. Zonder opbouw is het ponton naar de ADM gebracht. Daar is de reparatie afgemaakt waarna de hele opbouw weer is geïnstalleerd. Stork Hengelo zorgde voor nieuwe constructiedelen, het gietwerk werd bij Dikkers vervaardigd en de Koninklijke Marine liet vanuit de VS lagers aanvoeren. De bok zou een zeer importante factor in het Amsterdamse haven- en werfherstel gaan worden.
.De nog bruikbare restanten van de hoogbanen zijn in het vredesjaar op gezag van J. Post, Technisch Hoofdambtenaar bij Rijkswaterstaat gevorderd en op zijn
gezag gedemonteerd en via pontons afgevoerd naar Roermond. Daar is het materiaal gebruikt voor de beide aanwegen naar de brug over de Maas die door
oorlogshandelingen was vernield. Op beide foto’s zijn de horizontale delen van de hoogbanen op de betonnen kolommen geplaatste delen te zien van de herstelde brug.

. Geen kranen maar spaarzaam verkeer ging tot 1961 over de constructies waarop het wegdek ligt.
.
. Ook meteen na het einde van de oorlog werden kleding en schoeisel gedistribueerd.
.
.
Aan hen, die aantoonbaar hadden bijgedragen met het veiligstellen van alles dat maar verplaatsbaar was, werd van directiewege een herinneringspenning uitgereikt. Hoeveel dat er totaal geweest zijn is niet te beantwoorden. Dit exempaar is toegekend aan H.v.d. Veen, toezichthouder. Andere bekende penningen zijn toegekend aan Henk Klopper, (toen) scheepsbeschieter, C. Weers, later hoofdcommandeur en Mischielsen, voorletter en beroep onbekend. Minstens één exemplaar bevindt zich in het Scheepvaartmuseum maar op welke naam die is/zijn uitgegeven is nu nog onbekend. De penning is samengesteld uit een overgebleven partij van de feestavond op 26 augustus 1944 en op een ondergrond gesoldeerd. Het geheel heeft een diameter van 9 centimeter. De gaatjes in de rand van het afgebeelde exempaar horen daar niet thuis. De tekst op de achterzijde luidt: Voor toewijding, durf en overleg betoond bij de geheime evacuatie van de werf in de periode September ’44 Mei ’45 (naam). Op de voorzijde staat DURF-TOEWIJDING-OVERLEG
.
.
Voor het aan boord mogen komen bestonden vanaf nu ook restricties.

.
Aan het einde van de oorlog waren er nog ongeveer 160 mensen werkzaam en een maand later waren er reeds 380 man bezig met het werfherstel. Niet uit het oog verloren moet worden dat een groot deel van de werknemers door ondervoeding, ziekte of psychische problemen op korte termijn inzetbaar was. Een aantal werknemers kwam niet meer terug vanwege een foute politieke keuze of door overlijden als gevolg van oorlogsgeweld of deportatie. Uit geallieerde legerdumps werden, via bevriende contacten, dekens voor het maken van jassen, schoenen en overhemden (dunne jasjes) betrokken en als werkkleding verstrekt.

.
IN MEMORIAM
.
Jacob Walvisch
Meubelmaker
17 november 1899 – 7 mei 1943
Overleden te Sobibor.
.
Wilhelmus Franciscus ter Beek
Hakker
11 november 1913 – 8 september 1944
Op de Leusderheide gefusilleerd voor het verbergen van deserteurs.
.
.
Vanaf hier gaat de opbouw van de werf zijn gang. Het herstel van de werkplaatsen, kranen, hellingen, het aanvullen van voorraden, de terugkeer van het personeel en de groeiende vraag naar schepen zal weer een bloeiende scheepswerf doen ontstaan. In februari 1946 gaan de N.V. NSM en de NDM N.V. op in de nieuw opgerichte NDSM vof. Hier houdt het NSM overzicht op en gaan we onze reis bij de NDSM vervolgen.