Search Results

NDM (de scheepsbouw)

Schepen/vaartuigen

Hoewel dit niet algemeen bekend is zijn er voor, tijdens en kort na de tweede wereldoorlog bij de NDM ook schepen en andere varende objecten aanbesteed. Onderstaand een kleine selectie van deze bouwopdrachten die bij de NV Nederlandsche Dok Maatschappij van stapel zijn gelopen.
De NDM beschikte over drie hellingen waarvan thans van een helling nog het hoge deel bestaat.
.
.
Dirkje
stoomheibak Bouwnummer 1, 1924
Opdrachtgever: Maatschappij Oberon.

.
.
ss Kidoel
vrachtpassagiersschip Bouwnummer: 29, 1927
Opdrachtgever: Koninklijke Paketvaart Maatschappij, Amsterdam
Afmetingen: 57.30 x 10.10 x 4.55 meter, diepgang 3.82 meter, 775 brt.

De tewaterlating op 24 januari 1927 vanaf helling 1, vertrek werf 15-4-1927.
.
.
Batavus
zandzuiger Bouwnummer: 30, 1927
Opdrachtgever: Fa. T. den Breejen
.

.
.
Hr.Ms. Rigel
mijnenlegger Bouwnummer: 37, 1931
Opdrachtgever: Gouvernements Marine
De stapelloop vond plaats op 7-3-1931

Op 2-3-1942 door de eigen bemanning tot zinken gebracht. Daarna door de Japanners gelicht en voor eigen
marine taken ingezet. Na de oorlog teruggevonden en in 1951 overgedragen aan de Indonesische marine.
.
.
ms Angelina
tanker Bouwnummer: 38, 1931
Opdrachtgever: Anglo-Saxon Petroleum Company, Den Haag
Afmetingen: 79.25 x 14.63 x 4.50 meter, diepgang 4.11 meter, 2050 brt
Tewaterlating op 18 april 1931 vanaf helling 1, vertrek werf 30-7-1931.
.
.
ms Ransdorp
tanker Bouwnummer: 50, 1934
Opdrachtgever: N.V. Koninklijke Zwavelzuur Fabriek Ketjen & Co. Amsterdam.
Afmetingen: 47.55 x 8.12 x 2.92 meter. De stapelloop vond plaats op 24-11-1934.
ms Ransdorp nog in de oorspronkelijke uitvoering. Na een kort intermezzo tijdens de tweede wereldoorlog
bij de Kriegsmarine en de Duitse koopvaardij is ze in Australië gearriveerd.

.

Op deze foto is ze afgemeerd in een Australische haven. In 1949 gecharterd door het Australian Shipping Board en in 1950 aangekocht. In 1957 overgegaan naar de Australian National Line. 1958 was het jaar waarin ze doorverkocht is aan P.N. Dent & L. Graham op Fiji en hernoemd als Verao. In 1960 verkocht aan Southern Cross Shipping Co. Ltd. op Fiji. Op 18-5-1961 met een lading melasse is ze onderweg van Bundaberg naar Auckland tijdens zware zeegang op 230 mijl oost van Brisbane vergaan.
.
.
ms Maetsuycker
vrachtpassagierschip Bouwnummer: 61, 1937
Opdrachtgever: Koninklijke Paketvaart Maatschappij, Amsterdam
Afmetingen: 114.50 x 15.95 x 7.98 meter, diepgang 6.05 meter, 4172 brt., pass. 15, bem. 101
Stapelloop vanaf helling 1, vertrek werf 28-1-1937.

ms Maetsuycker, als afbeelding uit de plaatjesboeken van Captain Grant sigaretten. 1942 ingericht voor troepentransport, 1944 in gebruik als hospitaalschip bij US navy, 1947 overgegaan naar Royal Interocean Lines, Amsterdam, 1960 verkocht aan Panama als Tong Hang, 1964 verkocht als Gavina, 1965 verkocht als Paceco en daarna als Gambela, 1970 verkocht als Gamsolo, 1971 verkocht als Hysan en in 1974 voor de sloop naar Kaohsiung, Taiwan.
.
.
Hieronder een stapsgewijze weergave van de bouw van ss Rodas, bouwnummer 66
voor de Anglo Saxon Petroleum Company ltd. (Shell)
.
ss Rodas
tanker Bouwnummer: 66, 1938
Opdrachtgever: Anglo-Saxon Petroleum Company, Den Haag
Afmetingen: 116.58 x 17.07 x 4.51 meter, diepgang 5.75 meter, 3176 brt, 11 knopen
.

.

.

.

.

.

De voortstuwingsinstallatie in aanbouw bij de NDM in wat toen nog de werktuigbouwhal heette.
.

.

17 juni 1937, de stapelloop van ss Rodas vanaf helling 1. Vertrek werf 30-8-1937.
.

Het stoomschip Rodas in haar element.
(coll. C.Kleiss)
.
.
mt Opalia
tanker Bouwnummer: 67, 1938
Opdrachtgever: Bataafse Petroleum Maatschappij N.V. Den Haag
Afmetingen: 134.40 x 16.55 x 9.46 meter.
Op 17-7-1937 vanaf helling 1 van stapelgelopen.

De Opalia ligt klaar voor de stapelloop.
.

Het roer is voorafgaande de stapelloop geborgd.
.

Na de tewaterlating in een NDM dok voor het afwerken van het onderwaterschip.
.

.

Het afbouwen vindt plaats aan de kade naast de timmerwinkel.
.
.
Onderstaand een overzicht met opnamen gemaakt tijdens de bouw van de Willem van der Zaan.
.
Hr.Ms. Willem van der Zaan (N 82)
mijnenlegger/instructievaartuig
Bouwnummer: 68, 1939 Opdrachtgever: Koninklijke Marine
Afmetingen: 75,2 x 11.2 x 7.35 meter, diepgang 3.30 meter, 1480 brt, 15 knopen
Kielleging 18-1-1938, stapelloop 15-12-1938 vanaf helling 1, vertrek werf 22-8-1939.
Werkzaamheden aan het vlak. Op de achtergrond op helling 2 is de tanker Alberta in aanbouw.
.

De eerste schotten en spanten zijn aangebracht.
.

.

.

Deze opname geeft een beeld van de vooroorlogse arbeidsomstandigheden. De werknemers zijn bezig met het bewerken van een schot
met fosforzuur. Hoewel hier op deze afbeelding niet goed zichtbaar vindt dit plaats zonder enige beschermingsmiddelen zoals kleding, bril
en handschoenen. De opstijgende dampen geven aan hoe agressief dit materiaal is dat uit de mandflessen komt. Het zuur zal zeker ook
via de grond het daarachter liggende IJ bereikt hebben.
.

Een waterdicht schot in de takels. Op de voorgrond de mandflessen met fosforzuur.
.

Een der schotten in positie.
.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Werken bij tijdelijke verlichting.
.

Een deel van de voortstuwingsinstallatie in de machinefabriek van de NDM.
.

Een verblijfsruimte met de banken op de tafels.
.

Een andere verblijfsruimte met aan de wand een ingelijst portret van Willem van der Zaan.
.

Dezelfde ruimte naar de andere kant bezien.
.

Kort na de afbouw.
.

.

Is op 6-10-1970 voor de sloop naar Hendrik Ido Ambacht vertrokken.
.
,
mt Alberta
tanker Bouwnummer 69, 1938
Opdrachtgever: Anglo-Saxon Petroleum Company, Den Haag
Afmetingen: 101.19 x 14.20 x 6.15 meter, diepgang 5.65 meter, 3375 brt, 11,5 knopen
Stapelloop 3-9-1938 vanaf helling 2, vertrek van de werf op 27-10-1938.

Hier volgt een stapsgewijs overzicht van de bouw.
.

Op de achtergrond de schotten van de Alberta en vooraan de Willem v.d. Zaan in aanbouw.
.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Op de voorgrond het vuur voor het verhitten van de klinknagels.
.

.

Het plaatsen van de schroef.
.

De bouw vordert gestaag.
.

De genodigden wachten vol spanning op wat komen gaat.
.

De Alberta loopt van stapel.
.

Kort na de stapelloop afgemeerd voor de werf.
.

Na de stapelloop volgt de afbouw in het dok.
.

.

.
.
ms Ondina
tanker Bouwnummer: 71, 1939
Opdrachtgever: Anglo-Saxon Peroleum Compagny, Den Haag
Afmetingen: 134.40 x 16.55 x 9.46 meter, diepgang 7.78 meter, 6341 brt
Stapelloop 30-4-1939, vertrek werf 4-8-1939.

.

.

In 1959 voor de sloop naar Hongkong vertrokken.
Zie ook:
http://eeuwen.home.xs4all.nl/war_time_ondina.htm
.
.
3 dekschuiten Bouwnummer: 72, 1938
Opdrachtgever: N.V. IJzerhandel Hollandia
Afmetingen niet bekend.

De dekschuiten zijn in aanbouw voor de kop van helling 1.
.

Onder de schuiten is na het gereedkomen een afloopconstructie aangebracht die als dwarshelling fungeerde.
.

Het moment dat een der schuiten te water gaat. Op de achtergrond is de Aegeon afgemeerd.
.

Schuit 1 ligt te water. Of er een doop met champagne heeft plaatsgevonden is niet bekend en niet aannemelijk.
.
.
ms Castor
vrachtpassagiersschip Bouwnummer 77, 1938
Opdrachtgever: Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, Amsterdam.
Afmetingen: 89.13 x 12.52 x 4.50 meter. Stapelloop 2-9-1939.
De Castor heeft een aantal maal van eigenaar en naam gewisseld. In 1966 vernoemd als Apollon, 1968 Alfa en in 1974 Michalis.
In 1975 is ze, onderweg van Ravenna naar Lagos, door roerschade aan de grond gelopen, verlaten en vergaan.

.
.

ms Albireo

vrachtpassagiersschip Bouwnummer 81, 1941
Opdrachtgever: NV van Nievelt Goudriaan en Co’s, Stoomvaart Mij. Rotterdam
Afmetingen: 145.08 x 18.29 x 11.83 meter, diepgang 7.83 meter, 6482 brt 2 tew do 6 cilinder
Stork diesel 3200 pk, 12 mijl. Kiellegging 2-9-1939, stapelloop 31-5-1940 vanaf helling 1.
In aanbouw op helling 1.
.

De stapelloop op 31-5-1940.
.

De schoorsteen staat met een andere klaar op de afbouwpier.
.

Na de stapelloop en afbouw is de Albireo op 25-3-1941 door de bezetter gevorderd en als bewapende koopvaarder aan de eigen vloot toegevoegdHoewel de kleur hier niet te bepalen is zal dit vrijwel zeker grijs zijn geweest. Het stuurhuis is thans voorzien van bepantsering.
.

De Albireo, hier nog onder haar doopnaam, is hier op het voor- en achterschip en op de brug aan stuur- en bakboord voorzien van “turrets” met daarin een onbekend type boordgeschut dat zeker van het kaliber 20 mm zal zijn geweest.
.

Op 17-8-1942 is de inmiddels tot Wuri hernoemde Albireo in het Kattegat op een mijn gelopen en deels gezonken. Het achterschip en machinekamer zijn naar Kopenhagen versleept en daar in 1944 door het Deense verzet weer tot zinken gebracht. Eind 1945 is ze opnieuw gelicht, verkocht en hernoemd tot Butterfly. Tijdens de sleepreis naar het Zweedse Göteborg is ze voor de derde keer gezonken en ook nu weer gelicht. Op een Zweedse werf is de machinekamer weer bedrijfsklaar gemaakt en de overige schade hersteld. Aldaar in 1948 aangekocht door A/B Soya Wallenius en naar Hamburg overgebracht. Daar is na aankomst op 31-5-1948 bij Deutsche Werft A.G. een nieuw voorschip gebouwd.
.

Op 15-4-1949 is ze, nu als Alnati, alsnog bij van Nievelt Goudriaan in de vaart gekomen. Het was op 21-3-1968 toen ze als Alfa te Rotterdam werd overgedragen aan Alfa Shipping Co. Ltd. te Limasol, Cyprus. In 1971 verkocht aan Coolady Shipping Co. Ltd. eveneens te Limasol. Op 12-6-1972 te Darica, Turkije voor de sloop gearriveerd. De sloop begon op 17-7-1972 waarmee een definitief einde kwam aan het bewogen leven van dit schip.
.
.
ms Aldabi
vrachtpassagiersschip Bouwnummer 82, 1941
Opdrachtgever: NV van Nievelt Goudriaan, Rotterdam
Afmetingen: 145.35 x 18.35 x 11.83 meter, diepgang 7.83 meter, 7239 brt. 2 tew 8 cilinder
Stork diesel 4400 pk, 13,5 mijl. Stapelloop 23-11-1940 vanaf helling 2, oplevering 12-1-1944, vertrek werf 24-1-1942
7-8-1941 gevorderd door bezetter en onder hun toezicht in niet te hoog tempo afgebouwd. 12-1-1944 als Wolta overgegaan naar het Duitse Rijk als logementschip. In 1949 in Flensburg teruggevonden, 21-11-1945 als Aldabi terug naar oorspronkelijke eigenaar, 26-7-1946 over naar de Rotterdam Zuid-Amerika Lijn, 11-5-1967 als Alba over naar Alba Shipping Co. Cyprus. 1970 onder dezelfde naam over naar Astrodesco Cia Nav. Piaraeus. 17-9-1971 te Chalkis in Griekenland opgelegd. Op 9-5-1972  bij Metan Agir Celik Izabe Sanayi te Istanbul aangekomen voor de sloop.
.
.
ms Jaguar (voorschip)
tanker Bouwnummer 83, 1939
Opdrachtgever: Skibs A/S Jaguar, Oslo, Noorwegen
Afmetingen voorschip: 75 x 19.52 x 11.28 meter.
De stapelloop vanaf helling 2 vond plaats op 4-11-1939. Het vertrek was op 12-1-1940.
De in 1928 gebouwde Zweedse tanker Nike is in 1938 verkocht aan het Zweedse Skibs A/S Jaguar en is vanaf dat moment
als Jaguar in de vaart gekomen. In dat jaar is ze t.h.v. de Azoren in tweeën gebroken. Het achterschip is naar Amsterdam
versleept en bij de NDM is een nieuw voorschip gebouwd.

.

Het achterschip voor de wal bij de NDM.
.

Het voorschip in aanbouw op helling 2 met de boeg naar voren richting het IJ.
.

Het achterschip wordt in het dok voorbereid voor de koppeling.
.

Het naderen van het voorschip (links) naar het achterschip.
.

De koppeling wordt nauwkeurig gevolgd door diverse betrokkenen. Met een simpele houten constructie, een meetapparaat en koorden werden de vorderingen gevolgd. Dertig jaar later zou dit bij de NDSM routinewerk worden met dien verstande dat er andere meetapparatuur werd gebruikt. De koorden zijn toen vervangen door laserapparaten. Na het wisselen van diverse eigenaren en thuishavens is ze in 1951 als ms Janko voor de sloop gegaan.
.
.
ms van Riemsdijk

vrachtpassagiersschip Bouwnummer 85, 1941
Opdrachtgever: Koninklijke Paketvaart Maatschappij, Amsterdam
Afmetingen: 111.80 x  16.15 x 7.80 meter, diepgang 6.11 meter, 4489 brt
Kiellegging 10-6-1940, stapelloop 4-7-1941 vanaf helling 1
 
ms van Riemsdijk hier op een naoorlogse afbeelding.
.
.
3 pontons Bouwnummer 88, 1941
Opdrachtgever: Rijkswaterstaat.
Afmetingen onbekend. De pontons zijn niet op een helling gebouwd.
.

.

Een der ontwerpers/tekenaars van de pontons, Piet Holewijn, staat hier in het midden. Het is ook deze man met wiens
camera de meeste zwart/wit opnamen op deze pagina zijn gemaakt. Daarvan is slechts een klein gedeelte geplaatst.
.

Het is niet bekend waar en waarvoor deze pontons zijn gebruik. Wie weet dit wel?
.
.
ss Gutenfels
vrachtschip Bouwnummer 121, 1942
Opdrachtgever: Deutsche Dampfschifffahrt Gesellschaft “Hansa”, Hamburg
Afmetingen (volgens NDM): 144.80 x 18.40 x 8.80 meter, diepgang 7.71 meter
De aanbesteding was op 23-4-1942 en de kiellegging op 9-4-1943, stapelloop vanaf helling 3 op 15-7-1944.

De Gutenfels was vanuit Duitsland besteld als vervanging voor twee eerder verloren gegane schepen. De oplevering was aanvankelijk op 15-2-1945 gepland maar na de Duitse vernielzucht op de werf in september 1944 hebben zij het casco vervolgens als blokkade voor de Hembrug in het Noordzeekanaal laten afzinken. In november 1945 heeft de berging plaatsgevonden en is de Gutenfels voor Nederlandse rekening bij de NDM als motorschip ingericht en afgebouwd voor Stoomvaart Maatschappij “Oostzee” (Vinke & Co.) te Amsterdam. Op 17-3-1948 vond de overdracht plaats. Tot 1962 is ze als ms Heelsum (zie foto coll. C.Kleiss) in de vaart geweest terwijl ze in die periode nog als charter gevaren heeft voor Independent Gulf Line. Na een brand in de machinekamer is ze zonder hersteld te zijn op 29-5-1962 verkocht aan Compania Naviera Antonis S.A. te Beiroet, Libanon. Als ms Antonis is ze bij deze reder in de vaart geweest. Op 26-11-1978 te Karachi, India als schroot verkocht en op 14-2-1979 overgebracht naar Gadani Beach, Pakistan waar op 14-4-1979 bij Syed & Co. met de sloop werd begonnen.
.
.
ss Frankenfels

vrachtschip Bouwnummer 122, 1942
Opdrachtgever: Deutsche Dampfschifffahrt Gesellschaft “Hansa”, Hamburg
Afmetingen (volgens NDM): 144.80 x 18.40 x 8.80 meter, diepgang 7.71 meter.
De stapelloop vond als Albireo plaats vanaf (inmiddels NDSM) helling 7 op 22-11-1947.

Aanvankelijk betrof het de opdracht voor de bouw van het vervangingsschip ss Freienfels. Er zijn in verschillende bronnen drie opdrachtdatums te vinden t.w. 15-1-1942, 28-2-1942 en 23-4-1942. Ook voor de kiellegging zijn verschillende datums genoemd zoals 1 en 9 april 1943. Hoe dan ook is ergens in deze periode de naam aangepast tot ss Frankenfels. Na door het NDM personeel gehanteerde vertragingstactieken en het “ontbreken” van materiaal heeft de bouw een paar jaar geduurd.
.

Aan de afbouwkade bij de NDM in opdracht van de Nederlandse Regering.
.

Klaar voor oplevering op 10-6-1948 als ms Albireo aan van Nievelt Goudriaan & Co’s. Rotterdam.
.

Van achteren gezien.
.

ms Albireo voor Rio de Janeiro door maritiem schilder Frits Hoogstrate. In de periode 1948-1963 in de vaart geweest bij van Nievelt Goudriaan & Co’s. (Nigoco). Heeft in die periode vanaf 1956 ook twee jaar als charter voor VNS gevaren. Per 25-4-1963 naar Nigoco Hamburg G.m.b.H. en vanaf die datum tot 1966 als ms Procyon voor de Hamburg-Chicago Line in de vaart. Van 1966-1971 als ms Minoutsi naar Minoutsi Shipping Co. Monrovia, Liberia. Tot 1974 onder die naam in de vaart voor Minoutsi Shipping Ltd. Nicosia, Cyprus. Tot 1975 voor dezelfde eigenaar maar nu te Limasol, Cyprus. Blijbaar houdt de eigenaar van verhuizen want tot 1978 is de vestiging te Famagusta op Cyprus. Op 5-3-1977 is ze opgelegd te Pireas in Griekenland. In 1978 verkocht aan Lasia Maritime Ltd. te Limasol, Cyprus als ms Lasia maar blijft opgelegd. Op 30-11-1979 vertrok-ken van Pireas via Bashra, Irak naar Kaohsiung te Taiwan waar ze op 16-3-1980 voor de sloop arriveerde. Op 28-3-1980 is door Keun Hwa Iron Steel Works & Enterprises Ltd. een aanvang gemaakt met de sloop.   
.
.
.
Was het de Duitse Grundlichkeit of terecht wantrouwen, hoe dan ook hield de bezetter ook een eigen systeem bij. In tegenspraak tot het met de hand ingevulde NDM orderboek dat in het bezit is van het NDSM-werfmuseum, zijn de bouwnummers 121 en 122 niet gelijk. In de laatste, en ook andere bronnen, staat 121 voor ss Gutenfels en 122 voor ss Frankenfels.

NDM


.
Sinds de oprichting van de Nederlandsche Dok Maatschappij NV op 17-12-1920, zijn de werkzaamheden daar voortvarend aangepakt. In tegenstelling tot wat soms wordt aangenomen ging het vanaf de oprichting niet alléén om reparatiewerkzaamheden aan schepen. De NDM beschikte vanaf het begin naast twee dokken ook over een timmerwinkel en een gieterij waar in eigen beheer scheepsschroeven en machineonderdelen werden gegoten. Verder waren aanwezig een goed geoutilleerde machinefabriek waar, soms in licentie, stoommachines werden gebouwd en aanvankelijk twee, later drie, langshellingen die tot in 1948 gebruikt zijn. Het pleit voor het inzicht en kennis van de bedrijfsleiding en werknemers dat voor een redelijk bescheiden bedrijf zoveel producten werden geleverd en het in dat opzicht ook behoorlijk self-supporting was. De nummering van de werknemers, ook toen had men al een nummer, bleef beperkt tot de uurloners en begon letterlijk bij nummer 1. Leidinggevend- en kantoorpersoneel had geen werfnummer maar de werknemer met dit unieke werfnummer was de in Landsmeer woonachtige en in 1868 te Rotterdam geboren krasseur /afschrijver Nicolaas Jacob Visser.
.

Ir. P.E. Leupen

 

De grote stimulator achter deze activiteiten was Ir. P.E. Leupen (*1889-†1946). Het bedrijf stond ook ingeschreven als Eerste Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Pneumatische Installaties waaruit afgeleid kan worden dat het bouwen van machines geen onbekend terrein was. Dit zal ook de reden zijn geweest dat de latere machinefabriek zich tot aan het ADM tijdperk aan toe, nog steeds op het voormalige NDM terrein bevond. Het gieten van scheepsschroeven is een zeer gecompliceerde techniek die men daar dus al vroeg onder de knie had. In tegenstelling tot de NSM timmerde men bij de NDM, wat betreft identiteitsbekendheid, niet echt aan de weg. De al snel bestaande vaste klantenkring voorzagen het bedrijf sowieso altijd wel van opdrachten en waarschijnlijk om die reden zijn er daarom nu zo weinig fysieke restanten en aandenken te vinden.

 

De werf
. 
Een luchtopname die omstreeks 1923, mogelijk iets eerder of later, gemaakt is. In aanleg zijn, van links naar rechts, de dokken 1, 2 en 3.
Op de achtergrond de machinefabriek. Geheel bovenaan de eerste bebouwing van Tuindorp Oostzaan met de Meteorensingel (de latere Meteorenweg). In de NDSM tijd is, na het bouwen van dok 4, de nummering aangepast en ging toen van rechts naar links.
.
.
1925 reparatie dok 2
Soms gaan zaken niet zoals gepland. De dokken 2 en 3 (oude nummering) zijn ongeveer volgens hetzelfde principe gebouwd. D.w.z. de dokwanden zijn onderheid en daartussenin zijn de dokbodems gestort. Onder de relatief dunne vloeren was een drainagesysteem gebouwd voor het wegpompen van het grondwater. Bij dok 2 ging dit in de nacht van 1 op 2 mei 1926 mis doordat door de druk van het grondwater de dokbodem scheurde en het dok in 20 minuten vol stroomde. Op bovenstaande foto is de gescheurde bodem verwijderd en zijn horizontale steunen aangebracht om te voorkomen dat de dokwanden naar binnen worden gedrukt. De nieuwe bodem werd vele malen dikker met meer wapening. Bij het kleinere dok 3 is de bodem in de oorspronkelijke uitvoering gehandhaafd. Het vollopen van het dok had ook gevolgen voor het daarin gedokte ss Jason van de KNSM. Voor een inspectie waren de schroef en schroefas verwijderd. Een poging om met een prop de schroefastunnel te dichten mocht echter niet baten. Omdat de machinist op tijd de waterdichte deur naar de machinekamer kon sluiten bleef de schade beperkt. 
.
jasonStoomschip Jason
.
1925Hier is duidelijk het verschil te zien in de vloerconstructie van dok 2 na de reparatie. 
.

.


De machinefabriek in 1927 met zicht op dok 2 waarin vermoedelijk ss Johan de Witt.
..
.  W. Simonis als stoomkraandrijver bij de NDM 
(foto W.Simonis)
.
.
Deze foto is gemaakt in 1937 vanaf de NDM werf. Op de voorgrond liggen twee onderlossers. Het grootste deel van de foto toont het akkerland dat tussen de NDM en NSM lag. De NSM heeft aan de achterzijde van dit land later de z.g.n. kruiserhelling laten bouwen. Deze helling 5 is inmiddels gesloopt. Het gebouw met de daklichten is de timmerwinkel van de NSM (nu MTV). Later is dit het z.g.n. middenterrein van de NDSM geworden waar nu o.a. de Hema en VNU Media zijn gevestigd. Een van de schepen op de achtergrond is de kruiser Tromp in de afbouwfase.
.Hier de locatie nog voor 1940 vanaf de NSM werf bezien. Welke schepen voor de wal liggen is niet bekend.
(foto A.A. de Kreek)
.
.
1945, er is weer tijd voor vrolijk gezang na een donkere periode. Helaas ontbreekt de bladmuziek.
.
.
Personeel

Het aantal personeelsleden dat bij de NDM, vanaf de oprichting tot 1946, werkzaam is geweest is nauwelijks aan te geven. Zeker is dat dit er ruim 1300 zijn geweest. Deze informatie is af te leiden uit het aantal personeelskaarten dat nog bestaat en waarbij dient te worden opgemerkt dat het teruggevonden kaartensysteem niet compleet is door tussentijdse opschoningen en het ontbreken van de letters P en S.

Werknemers in de categorie “handwerkslieden” werden als uurloner aangenomen. Dit hield in dat zij bij vermindering der werkzaamheden ook per uur ontslagen werden. Andersom lag dit anders, voor de uurloners gold toen een opzegtermijn van zes dagen (zesdaagse werkweek). Na het ontslag ging men op zoek naar een andere werkgever en dit was niet zelden de NSM. Omgekeerd werkte dit net zo. Het switchen tussen beide bedrijven gebeurde, afhankelijk van het werkaanbod, met grote regelmaat. Het onderling (uit)lenen van personeel, nu noemen we dit detacheren, kwam afhankelijk van opdrachten of het gebrek daaraan, ook voor.

Van eerder genoemde personeelskaarten zijn onderstaand de bij de NDM gebruikte modellen afgebeeld. Op de al dan niet voorbedrukte achterzijde van de kaarten werden aantekeningen gemaakt over de huwelijkse staat, gegevens van de echtgenote en kinderen, keuze van vakbond, politieke en/of religieuze voorkeur en medische beperkingen die invloed konden hebben op het presteren. Tenslotte werd er in voorkomende gevallen ook melding gemaakt van eventuele straffen en boetes opgelegd door een rechter of van bedrijfswege. De kaarten hebben een breedte van 21 cm.

 

Vijf modellen van personeelskaarten die door de tijd zijn gebruikt.
 .

Straffen van bedrijfswege was voor de tweede wererldoorlog heel gebruikelijk en werd ook veelvuldig toegepast. Dit kon resulteren in een waarschuwing, geldboete (meestal een kwartier tot een halfuur loonkorting), schorsing of ontslag. Al deze gegevens konden aanleiding zijn om aan de voor of achterzijde van de kaart, met grote en vaak vette rode letters, te vermelden: “niet weder in dienst nemen” of woorden van dergelijke strekking (dit gold overigens niet voor de personen op de hierboven afgebeelde kaarten, deze kaarten zijn blanco).
.
.

Ontslag wegens werkvermindering was uiteraard geen sinicure maar ging wel vergezeld van een tevredenheidsverklaring.
.

Voor een straf hoefde men onder werktijd niet veel te doen, vloeken, schelden, tieren en schreeuwen (vooral tegen een baas), roken, dronkenschap, slapen, schaften, wandelen en kaarten waren al ruim voldoende voor een strafmaatregel. Veelvuldig te laat komen of te vroeg vertrekken van de werkplek, werkweigeren, vechten, diefstal en onzedelijke handelingen betekende direct dan wel uiteindelijk ontslag. Dat men daarna weer, en niet zelden ondanks de rode aantekening, toch weer werd aangenomen was ook bij de NDM geen zeldzaamheid. Ook staken viel onder dit regime. De klinker- en tegenhouderstakingen betekende voor veel werknemers uit die beroepsgroepen ontslag totdat achteraf bleek dat zij onmisbaar waren voor de bedrijfsvoering en opnieuw werden aangenomen.
.

Briefje uit 1936 met een (her)keuringsuitslag ondertekend door de fabrieksarts.
.
. Het briefhoofd van een aanstellingsbrief uit 1945, vijf maanden voor de fusie tot NDSM. De NDM werf heeft nooit een postadres gehad.
De NSM was gelegen aan de Cornelis Douwesweg 1, dit was een stukje weg tussen de brug over het Zijkanaal I en de toegangsbrug naar de werf over het Dwarskanaal, ook wel Cornelis Douweskanaal genoemd. Bij de laatste brug hield deze weg op. Later bij de aanleg van de NDM en de bouw van Tuindorp Oostzaan is deze weg verlengd en boog af naar Tuindorp. In de weg zat een haakse bocht en aldaar is een aftakking gemaakt ten einde de NDM werf te kunnen bereiken. Dit was min of meer een landweg en zonder naam. In de beginjaren was het kantoor van de NDM gelegen aan de Keizersgracht 673 te Amsterdam. Voor de postbode en leveranciers was de NDM werf ook zonder straatnaam blijkbaar te vinden, Noorder IJ-polder was voldoende.
.
.Deze foto is gemaakt op 9 december 1945 op de bovenverdieping in de timmerwinkel bij de NDM. Hier zijn de leerlingen te zien voor de opleiding tot scheepsbeschieter. Materiaal was er in die periode nog nauwelijks en ook het handgereedschap werd bijelkaar gescharreld. Op deze foto zijn de ruiten weer voorzien van glas waar voordien na de Duitse vernielingen alles was dichtgespijkerd. Twee personen op de foto zijn bekend t.w. P.J. de Dood en leermeester Roel Staat. Na de fusie tot NDSM zou dit pand de timmerwinkel West gaan heten. Hier is een nieuwe lichting scheepsbeschieters in de maak. Wie herkent iemand?
.
.
 Op de begane grond bevond zich de werkplaats voor machinale houtbewerking. Het personeel van toen was nog niet voorzien van gehoorbeschermers. Op de voorgrond ligt een bank met uitklappoten zoals ook te zien is op één van de foto’s van het interieur van
de Willem van der Zaan elders op deze pagina.
.
.
De foto roept vragen op over tijd en plaats. De klassikale indeling doet vermoeden dat het hier een bedrijfsopleiding voor (aankomende)tekenaars betreft. Het leren tekeninglezen en tekenen was een opleiding die alleen openstond voor daartoe geschikt geachte werknemers.
.
.Ook de ontwerpafdeling/tekenkamer van de NDM onderscheidde zich toen door de kleding van het “gewone werkvolk”.
Een wit overhemd met stropdas was toen een gebruikelijke dracht waaraan eventueel een stofjas kon worden toegevoegd.
.
.Naast tekenwerk was er blijkbaar ook tijd voor prettig verpozen zoals hier aan boord van een onbekend schip.
.
.Ook hier is het niet mogelijk om de foto te dateren. Wel is zeker dat de foto gemaakt is na februari 1946.
Rechts is namelijk een exemplaar van het NDSM personeelsblad de Werfbode te zien.
.
.Een brander aan het werk in de scheepsbouwloods van de NDM.
.
.Het electrisch lassen nam na de tweede wereldoorlog een grote vlucht, ook bij de NDM.
.
.
.

.
Bouwopdrachten

Het aantal en soort nieuwbouwopdrachten varieerde sterk in verscheidenheid. Bruggen of brugdelen, staalconstructie, machines, pontons, dek- en zolderschuiten, lichters, gier- en veerponten en hekwielers. Het aantal (zeewaardig) schepen met een toegekend bouwnummers en naam was 41. In het onderstaande orderboek werden, met vul- of kroontjespen, alle opdrachten vermeld met relevante detailinformatie. De laatste aantekeningen dateren uit 1944 en dit waren opdrachten voor de Kriegsmarine waaronder mijnenvegers en torpedoboten. Daarnaast voor een Duitse reder type Hansa A en B vrachtschepen.
.
.

Het ordercahier van de NDM waarin heibak Dirkje als eerste bouwopdracht vermeld is.
.

De eerste pagina’s uit het opengeslagen ordercahier.
.

 
De opdrachten werden ook op losse kaarten bijgehouden. Het opschrift Nieuwbouw afd. S verwijst naar de afdeling Scheepsnieuwbouw.
.

Voor Rijkswaterstaat werden o.a. gebouwd: 3 hefdeuren voor een sluis bij Wijk bij Duurstede, een bovenbouw voor brug bij Vianen, een brug over het Amsterdam-Rijnkanaal, een viaduct voor de Randweg Utrecht, een brug over de Graafscheweg, een helling railbaan in IJmuiden, brugonderdelen in Deventer en over de Dieze, de Merwedebrug, leuningen voor Twentekanaalbruggen en 6 sluisdeuren bij IJmuiden.
.

1932. Bouwnummer 42, de Merwedebrug voor Rijkswaterstaat.
.
.1939. Op deze opname is als bouwnummer 74 een zwavelzuurtank voor de Amsterdamsche Superfosfaatfabriek
in aanbouw. Rechts is de mijnenlegger Willem v.d. Zaan in de afbouwfase. Op de achtergrond de timmerwinkel.
.De bovenzijde van de zwavelzuurtank is in bewerking.
.
.
.1941. Op helling 2 wordt in opdracht voor Rijkswaterstaat gebouwd aan een 85 meter lange grondduiker
voor Zeeburg. Zeeburg is thans een wijk behorende tot het Amsterdamse stadsdeel Oost.
.Laatste controle voor de stapelloop.
.De tewaterlating van de grondduiker vond plaats op 14-10-1941.
.Na deze handeling zou de grondduiker naar de bestemde locatie versleept worden.
De locatie was (begin deze eeuw is de duiker verwijderd) op 52º22’02 N en 4º57’24 O.
.

Voor de NV Nederlandse Spoorwegen zijn o.a. gebouwd de spoorwegbrug De Locht, een bovenbouw voor een draaischijf in Susteren, een draaischijf in Eindhoven, de bovenbouw voor de Dageraadsbrug en een overbrugging voor de Oosterdoksluis in Amsterdam. Verder nog tal van andere opdrachten voor derden.
.
.

Schepen/vaartuigen

Onderstaand een kleine selectie van schepen/vaartuigen die bij de NV Nederlandsche Dok Maatschappij van stapel zijn gelopen.
..
Dirkje
stoomheibak
Bouwnummer 1, 1924
Opdrachtgever: Maatschappij Oberon

.
.
ss Kidoel
vrachtpassagiersschip
Bouwnummer: 29, 1927
Opdrachtgever: Koninklijke Paketvaart Maatschappij, Amterdam
Afmetingen: 57.30 x 10.10 x 4.55 meter, diepgang 3.82 meter, 775 brt
De tewaterlating op 24 januari 1927 vanaf helling 1, vertrek werf 15-4-1927.
.
.
Batavus
zandzuiger
Bouwnummer: 30, 1927
Opdrachtgever: Fa. T. den Breejen
.
.
Hr.Ms. Rigel
mijnenlegger
Bouwnummer: 37, 1931
Opdrachtgever: Gouvernements Marine
De stapelloop vond plaats op 7-3-1931 Op 2-3-1942 door de eigen bemanning tot zinken gebracht. Daarna door de Japanners gelicht en voor eigen
marine taken ingezet. Na de oorlog teruggevonden en in 1951 overgedragen aan de Indonesische marine. 

.
.

ms Angelina
tanker
Bouwnummer: 38, 1931
Opdrachtgever: Anglo-Saxon Petroleum Company, Den Haag
Afmetingen: 79.25 x 14.63 x 4.50 meter, diepgang 4.11 meter, 2050 brt
Tewaterlating op 18 april 1931 vanaf helling 1, vertrek werf 30-7-1931.
.
.
ms Ransdorp
tanker
Bouwnummer: 50, 1934
Opdrachtgever: N.V. Koninklijke Zwavelzuur Fabriek Ketjen & Co. Amsterdam.
Afmetingen: 47.55 x 8.12 x 2.92 meter. De stapelloop vond plaats op 24-11-1934.MS Ransdorp nog in de oorspronkelijke uitvoering. Na een kort intermezzo tijdens de tweede wereldoorlog bij
de Kriegsmarine en de Duitse koopvaardij is ze in Australië gearriveerd.

. Op deze foto is ze afgemeerd in een Australische haven. In 1949 gecharterd door het Australian Shipping Board en in 1950 aangekocht.
In 1957 overgegaan naar de Australian National Line. 1958 was het jaar waarin ze doorverkocht is aan P.N. Dent & L. Graham op Fiji en hernoemd als Verao. In 1960 verkocht aan Southern Cross Shipping Co. Ltd. op Fiji. Op 18-5-1961 met een lading melasse is ze onderweg
van Bundaberg naar Auckland tijdens zware zeegang op 230 mijl oost van Brisbane vergaan.  

.
.

ms Maetsuycker
vrachtpassagierschip
Bouwnummer: 61, 1937
Opdrachtgever: Koninklijke Paketvaart Maatschappij, Amsterdam
Afmetingen: 114.50 x 15.95 x 7.98 meter, diepgang 6.05 meter, 4172 brt., pass. 15, bem. 101
Stapelloop vanaf helling 1, vertrek werf 28-1-1937
ms Maetsuycker, als afbeelding uit de plaatjesboeken van Captain Grant sigaretten.
1942 ingericht voor troepentransport, 1944 in gebruik als hospitaalschip bij US navy,
1947 overgegaan naar Royal Interocean Lines, Amsterdam, 1960 verkocht aan Panama als Tong Hang,
1964 verkocht als Gavina, 1965 verkocht als Paceco en daarna als Gambela, 1970 verkocht als Gamsolo,
1971 verkocht als Hysan en in 1974 voor de sloop naar Kaohsiung, Taiwan.
. .
 

Hieronder een stapsgewijze weergave van de bouw van ss Rodas, bouwnummer 66 voor de Anglo Saxon Petroleum Company ltd. (Shell)
.
ss Rodas
tanker
Bouwnummer: 66, 1938
Opdrachtgever: Anglo-Saxon Petroleum Company, Den Haag
Afmetingen: 116.58 x 17.07 x 4.51 meter, diepgang 5.75 meter, 3176 brt, 11 knopen
. . .

.. . De voortstuwingsinstallatie in aanbouw in de NDM machinefabriek.
. . 17 juni 1937, de stapelloop van ss Rodas vanaf helling 1. Vertrek werf 30-8-1937.
.Het stoomschip Rodas in haar element.
(coll. C.Kleiss)
.
.
mt Opalia
tanker
Bouwnummer: 67, 1938
Opdrachtgever: Bataafse Petroleum Maatschappij N.V. Den Haag
Afmetingen: 134.40 x 16.55 x 9.46 meter. Op 17-7-1937 vanaf helling 1 van stapelgelopen.De Opalia ligt klaar voor de stapelloop.
.Het roer is voorafgaande de stapelloop geborgd.
.Na de tewaterlating in een NDM dok voor het afwerken van het onderwaterschip.
..Het afbouwen vindt plaats aan de kade naast de timmerwinkel.
.
.

Onderstaand een overzicht met opnamen gemaakt tijdens de bouw van de Willem van der Zaan.
.
Hr.Ms. Willem van der Zaan (N 82)

mijnenlegger/instructievaartuig
Bouwnummer: 68, 1939

Opdrachtgever: Koninklijke Marine
Afmetingen: 75,2 x 11.2 x 7.35 meter, diepgang 3.30 meter, 1480 brt, 15 knopen
Kielleging 18-1-1938, stapelloop 15-12-1938 vanaf helling 1, vertrek werf 22-8-1939.Werkzaamheden aan het vlak. Op de achtergrond op helling 2 is de tanker Alberta in aanbouw.
.De eerste schotten en spanten zijn aangebracht.
...Deze opname geeft een beeld van de vooroorlogse arbeidsomstandigheden. De werknemers zijn bezig met het bewerken van een schot
met fosforzuur. Hoewel hier op deze afbeelding niet goed zichtbaar vindt dit plaats zonder enige beschermingsmiddelen zoals kleding, bril
en handschoenen. De opstijgende dampen geven aan hoe agressief dit materiaal is dat uit de mandflessen komt. Het zuur zal zeker ook
via de grond het daarachter liggende IJ bereikt hebben.
.Een waterdicht schot in de takels. Op de voorgrond de mandflessen met fosforzuur.
.Een der schotten in positie.
................Werken bij tijdelijke verlichting.
..Een deel van de voortstuwingsinstallatie in de machinefabriek van de NDM.
.Een verblijfsruimte met de banken op de tafels.
.Een andere verblijfsruimte met aan de wand een ingelijst portret van Willem van der Zaan.
.Dezelfde ruimte naar de andere kant bezien.
.Kort na de afbouw.
.
. Is op 6-10-1970 voor de sloop naar Hendrik Ido Ambacht vertrokken.
.
,

mt Alberta
tanker
Bouwnummer 69, 1938
Opdrachtgever: Anglo-Saxon Petroleum Company, Den Haag
Afmetingen: 101.19 x 14.20 x 6.15 meter, diepgang 5.65 meter, 3375 brt, 11,5 knopen
Stapelloop 3-9-1938 vanaf helling 2, vertrek van de werf op 27-10-1938.Hier volgt een stapsgewijs overzicht van de bouw.
.Op de achtergrond de schotten van de Alberta en vooraan de Willem v.d. Zaan in aanbouw.
..........Op de voorgrond het vuur voor het verhitten van de klinknagels.
..Het plaatsen van de schroef.
.De bouw vordert gestaag.
.
De genodigden wachten vol spanning op wat komen gaat.
. De Alberta loopt van stapel.
.

Kort na de stapelloop afgemeerd voor de werf.
.Na de stapelloop volgt de afbouw in het dok.
.. .

.
ms Ondina
tanker
Bouwnummer: 71, 1939
Opdrachtgever: Anglo-Saxon Peroleum Compagny, Den Haag
Afmetingen: 134.40 x 16.55 x 9.46 meter, diepgang 7.78 meter, 6341 brt
Stapelloop 30-4-1939, vertrek werf 4-8-1939
. . In 1959 voor de sloop naar Hongkong vertrokken.
Zie ook:
http://eeuwen.home.xs4all.nl/war_time_ondina.htm
.
.
3 dekschuiten
Bouwnummer: 72, 1938
Opdrachtgever: NV IJzerhandel Hollandia
Afmetingen niet bekend
De dekschuiten zijn in aanbouw voor de kop van helling 1.
.Onder de schuiten is na het gereedkomen een afloopconstructie aangebracht die als dwarshelling fungeerde.
.Het moment dat een der schuiten te water gaat. Op de achtergrond is de Aegeon afgemeerd.
.Schuit 1 ligt te water. Of er een doop met champagne heeft plaatsgevonden is niet bekend en niet aannemelijk.
.
.
ms Castor
vrachtpassagiersschip
Bouwnummer 77, 1938
Opdrachtgever: Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, Amsterdam.

Afmetingen: 89.13 x 12.52 x 4.50 meter. Stapelloop 2-9-1939.De Castor heeft een aantal maal van eigenaar en naam gewisseld. In 1966 vernoemd als Apollon, 1968 Alfa en in 1974
Michalis. In 1975 is ze, onderweg van Ravenna naar Lagos, door roerschade aan de grond gelopen, verlaten en vergaan.

.
.

ms Albireo
vrachtpassagiersschip
Bouwnummer 81, 1941
Opdrachtgever: NV van Nievelt Goudriaan en Co’s, Stoomvaart Mij. Rotterdam
Afmetingen: 145.08 x 18.29 x 11.83 meter, diepgang 7.83 meter, 6482 brt
2 tew do 6 cilinder Stork diesel 3200 pk, 12 mijl, 12 pass.

Kiellegging 2-9-1939, stapelloop 31-5-1940 vanaf helling 1.In aanbouw op helling 1
.
De stapelloop op 31-5-1940.
.De schoorsteen staat met een andere klaar op de afbouwpier.
.
Na de stapelloop en afbouw is de Albireo op 25-3-1941 door de bezetter gevorderd en als bewapende koopvaarder aan de eigen vloot toegevoegd. Hoewel de kleur hier niet te bepalen is zal dit vrijwel zeker grijs zijn geweest. Het stuurhuis is thans voorzien van bepansering.
.
De Albireo, hier nog onder haar doopnaam, is hier op het voor- en achterschip en op de brug aan stuur- en bakboord voorzien
van “turrets” met daarin een onbekend type boordgeschut dat zeker van het kaliber 20 mm zal zijn geweest.

.Op 17-8-1942 is de inmiddels tot Wuri hernoemde Albireo in het Kattegat op een mijn gelopen en deels gezonken. Het achterschip en machinekamer zijn naar Kopenhagen versleept en daar in 1944 door het Deense verzet weer tot zinken gebracht. Eind 1945 is ze opnieuw gelicht, verkocht en hernoemd tot Butterfly. Tijdens de sleepreis naar het Zweedse Göteborg is ze voor de derde keer gezonken en ook nu weer gelicht. Op een Zweedse werf is de machinekamer weer bedrijfsklaar gemaakt en de overige schade hersteld. Aldaar in 1948 aangekocht door A/B Soya Wallenius en naar Hamburg overgebracht. Daar is na aankomst op 31-5-1948 bij Deutsche Werft A.G. een nieuw voorschip gebouwd.
.
Op 15-4-1949 is ze, nu als Alnati, alsnog bij van Nievelt Goudriaan in de vaart gekomen. Het was op 21-3-1968 toen ze als Alfa te Rotterdam werd overgedragen aan Alfa Shipping Co. Ltd. te Limasol, Cyprus. In 1971 verkocht aan Coolady Shipping Co. Ltd. eveneens te Limasol. Op 12-6-1972 te Darica, Turkije voor de sloop gearriveerd. De sloop begon op 17-7-1972 waarmee een definitief einde kwam aan het bewogen leven van dit schip.
.
.
ms Aldabi
vrachtpassagiersschip
Bouwnummer 82, 1941
Opdrachtgever: NV van Nievelt Goudriaan, Rotterdam
Afmetingen: 145.35 x 18.35 x 11.83 meter, diepgang 7.83 meter, 7239 brt.
2 tew 8 cilinder Stork diesel 4400 pk, 13,5 mijl, 49 pass.
Stapelloop 23-11-1940 vanaf helling 2, oplevering 12-1-1944, vertrek werf 24-1-1942
7-8-1941 gevorderd door bezetter en onder hun toezicht in niet te hoog tempo afgebouwd.
12-1-1944 als Wolta overgegaan naar het Duitse Rijk als logementschip.
21-11-1945 als Aldabi terug naar oorspronkelijke eigenaar, 26-7-1946 over naar de Rotterdam Zuid-Amerika Lijn,
11-5-1967 als Alba over naar Alba Shipping Co. Cyprus. 1970 onder dezelfde naam over naar Astrodesco Cia Nav. Piaraeus.
17-9-1971 te Chalkis in Griekenland opgelegd. Op 9-5-1972  bij Metan Agir Celik Izabe Sanayi te Istanbul aangekomen voor de sloop.

.

.
ms Jaguar (voorschip)
Tanker
Bouwnummer 83, 1939
Opdrachtgever: Skibs A/S Jaguar, Oslo, Noorwegen
Afmetingen voorschip: 75 x 19.52 x 11.28 meter.
De stapelloop vanaf helling 2 vond plaats op 4-11-1939. Het vertrek was op 12-1-1940.

De in 1928 gebouwde Zweedse tanker Nike is in 1938 verkocht aan het Zweedse Skibs A/S Jaguar en is vanaf dat moment
als Jaguar in de vaart gekomen. In dat jaar is ze t.h.v. de Azoren in tweeën gebroken. Het achterschip is naar Amsterdam
versleept en bij de NDM is een nieuw voorschip gebouwd.

.

Het achterschip voor de wal bij de NDM.
. Het voorschip in aanbouw op helling 2 met de boeg naar voren richting het IJ.
.

Het achterschip wordt in het dok voorbereid voor de koppeling.
.

Het naderen van het voorschip (links) naar het achterschip.
.

De koppeling wordt nauwkeurig gevolgd door diverse betrokkenen. Met een simpele houten constructie, een meetapparaat
en koorden werden de vorderingen gevolgd. Dertig jaar later zou dit bij de NDSM routinewerk worden met dien verstande
dat er andere meetapparatuur werd gebruikt. De koorden zijn toen vervangen door laserapparaten. 
Na het wisselen van
diverse eigenaren en 
thuishavens is ze in 1951 als ms Janko voor de sloop gegaan.
.
.

ms van Riemsdijk
vrachtpassagiersschip
Bouwnummer 85, 1941
Opdrachtgever: Koninklijke Paketvaart Maatschappij, Amsterdam
Afmetingen: 111.80 x  16.15 x 7.80 meter, diepgang 6.11 meter, 4489 brt
Kiellegging 10-6-1940, stapelloop 4-7-1941 vanaf helling 1
  ms van Riemsdijk hier op een naoorlogse afbeelding.
.
.
3 pontons
Bouwnummer 88, 1941
Opdrachtgever: Rijkswaterstaat
Afmetingen onbekend. De pontons zijn niet op een helling gebouwd.
..Een der ontwerpers/tekenaars van de pontons, Piet Holewijn, staat hier in het midden. Het is ook deze man met wiens
camera de meeste zwart/wit opnamen op deze pagina zijn gemaakt. Daarvan is slechts een klein gedeelte geplaatst.
.Het is niet bekend waar en waarvoor deze pontons zijn gebruik. Wie weet dit wel?
.
.
ss Gutenfels
vrachtschip
Bouwnummer 121, 1942
Opdrachtgever: Deutsche Dampfschifffahrt Gesellschaft “Hansa”, Hamburg
Afmetingen (volgens NDM): 144.80 x 18.40 x 8.80 meter, diepgang 7.71 meter
De aanbesteding was op 23-4-1942 en de kiellegging op 9-4-1943, stapelloop vanaf helling 3 op 15-7-1944.De Gutenfels was vanuit Duitsland besteld als vervanging voor twee eerder verloren gegane schepen. De oplevering was aanvankelijk op 15-2-1945 gepland maar na de Duitse vernielzucht op de werf in september 1944 hebben zij het casco vervolgens als blokkade voor de Hembrug in het Noordzeekanaal laten afzinken. In november 1945 heeft de berging plaatsgevonden en is de Gutenfels voor Nederlandse rekening bij de NDM als motorschip ingericht en afgebouwd voor Stoomvaart Maatschappij “Oostzee” (Vinke & Co.) te Amsterdam. Op 17-3-1948 vond de overdracht plaats. Tot 1962 is ze als ms Heelsum (zie foto coll. C.Kleiss) in de vaart geweest terwijl ze in die periode nog als charter gevaren heeft voor Independent Gulf Line. Na een brand in de machinekamer is ze zonder hersteld te zijn op 29-5-1962 verkocht aan Compania Naviera Antonis S.A. te Beiroet, Libanon. Als ms Antonis is ze bij deze reder in de vaart geweest. Op 26-11-1978 te Karachi, India als schroot verkocht en op 14-2-1979 overgebracht naar Gadani Beach, Pakistan waar op 14-4-1979 bij Syed & Co. met de sloop werd begonnen.
.
.
ss Frankenfels

vrachtschip
Bouwnummer 122, 1942
Opdrachtgever: Deutsche Dampfschifffahrt Gesellschaft “Hansa”, Hamburg
Afmetingen (volgens NDM): 144.80 x 18.40 x 8.80 meter, diepgang 7.71 meter.
De stapelloop vond als Albireo plaats vanaf (inmiddels NDSM) helling 7 op 22-11-1947.Aanvankelijk betrof het de opdracht voor de bouw van het vervangingsschip ss Freienfels. Er zijn in verschillende bronnen
drie opdrachtdatums te vinden t.w. 15-1-1942, 28-2-1942 en 23-4-1942. Ook voor de kiellegging zijn verschillende datums
genoemd zoals 1 en 9 april 1943. Hoe dan ook is ergens in deze periode de naam aangepast tot ss Frankenfels. Na door
het NDM personeel gehanteerde vertragingstactieken en het “ontbreken” van materiaal heeft de bouw een paar jaar geduurd.

.Aan de afbouwkade bij de NDM in opdracht van de Nederlandse Regering.
.Klaar voor oplevering op 10-6-1948 als ms Albireo aan van Nievelt Goudriaan & Co’s. Rotterdam.
.Van achteren gezien.
.MS Albireo voor Rio de Janeiro door maritiem schilder Frits Hoogstrate. In de periode 1948-1963 in de vaart geweest bij van Nievelt Goudriaan & Co’s. (Nigoco). Heeft in die periode vanaf 1956 ook twee jaar als charter voor VNS gevaren. Per 25-4-1963 naar Nigoco Hamburg G.m.b.H. en vanaf die datum tot 1966 als ms Procyon voor de Hamburg-Chicago Line in de vaart. Van 1966-1971 als ms Minoutsi naar Minoutsi Shipping Co. Monrovia, Liberia. Tot 1974 onder die naam in de vaart voor Minoutsi Shipping Ltd. Nicosia, Cyprus. Tot 1975 voor dezelfde eigenaar maar nu te Limasol, Cyprus. Blijbaar houdt de eigenaar van verhuizen want tot 1978 is de vestiging te Famagusta op Cyprus. Op 5-3-1977 is ze opgelegd te Pireas in Griekenland. In 1978 verkocht aan Lasia Maritime Ltd. te Limasol, Cyprus als ms Lasia maar blijft opgelegd. Op 30-11-1979 vertrok-ken van Pireas via Bashra, Irak naar Kaohsiung te Taiwan waar ze op 16-3-1980 voor de sloop arriveerde. Op 28-3-1980 is door Keun Hwa Iron Steel Works & Enterprises Ltd. een aanvang gemaakt met de sloop.   
.
.

Was het de Duitse Grundlichkeit of terecht wantrouwen, hoe dan ook hield de bezetter ook een eigen systeem bij. In tegenspraak tot het met de hand ingevulde NDM orderboek dat in het bezit is van het NDSM-werfmuseum, zijn de bouwnummers 121 en 122 niet gelijk. In de laatste, en ook andere bronnen, staat 121 voor ss Gutenfels en 122 voor ss Frankenfels.
.
.

.
Dokbeurten/reparaties

. De zuiger Bieschosch van Bos & Kalis met bakkenlaadinstallatie in het dok.

.
.
.
Dit vaartuig, het emmerbaggerschip Merwede van L. Volker NV had minder succes. Blijkbaar is het gaan kantelen
en van de kielblokken gegleden.
.
Dit incident vond plaats in 1939.
.“Waar gehakt wordt vallen spaanders” luidt het oude gezegde en ook de NDM heeft dit ervaren.
.
.
.
De sleper Pieter Dzn Goedkoop van de Reederij Gebr. Goedkoop heeft het gehele dok voor zichzelf.
.
.
.
Rijkspont 9 was ook te gast.
.
.
.De Koninklijke Marine was geen onbekende klant bij de NDM. Hier ligt Hr.Ms. Sumatra in het dok.
..Een fraai zicht op het achterschip met de links en rechts draaiende schroeven.
....Schilderwerkzaamheden aan het onderwaterschip.
.Een duidelijke afbeelding van de voorsteven..
.
.
. Na de tewaterlating van de kruiser Tromp op 24-5-1937 bij de NSM, volgde de afbouwfase in de “uitrustingshaven”
aldaar. Vervolgens is ze naar de naastgelegen NDM verhaald waar in het droogdok de schroeven werden aangebracht
en het onderwaterschip werd behandeld. Een van schroeven ligt hier nog naast het dok.

..
.
Achter de Tromp in dok 1 is in dok 2 een Noorse tanker in beeld.
.
.
.
Dit is de in 1936 gebouwde motortanker Fenris van N. Chr. Evensen uit Oslo.
. . Op de achtergrond is links Tuindorp Oostzaan zichtbaar.
. In 1944 zou het midscheeps door een torpedo getroffen worden die was afgevuurd door de U-168 onder commando
van Kapitänleutnant Helmuth Pich. Te Bombay is de schade hersteld. In 1948 brak er, onderweg van Puerto la Cruz,
Venezuela naar La Havre, Frankrijk, brand uit in de machinekamer. Op 26 juni van dat jaar is ze als gevolg hiervan vergaan.

.
.
..Het vervangen van geklonken huidplaten bij een niet geïdentificeerd schip.
.
.
.
Ook de Genota heeft, evenals de onderstaande schepen, voor onderhoud of reparatie de NDM aangedaan.
.
.
.
Rechts stoomtanker Mirza
.
.
.
MS Johan van Oldenbarnevelt
.De JvO gearriveerd in het dok. Op de voorgrond ligt een schoorsteen van een HAL schip.
.
.
.
ss Jan Pieterszoon Coen
.
.
.
MS Nigerstroom van de Holland West-Afrika Lijn voor een dokbeurt.
.ms Nigerstroom..
.
.
.
ms Bloemfontein met de kenmerkende voorsteven tijdens een dokbeurt.
.ms Bloemfontein van achteren gezien.
.
.
 .


Het herstel van de bij de NDM gebouwde ms van Riemsdijk na de berging te IJmuiden. De schade was hoofdzakelijk het
gevolg van een tijdens de oorlog door geallieerden uitgevoerde luchtaanval teneinde te voorkomen dat ze als blokkade
door de Duitsers voor IJmuiden zou worden afgezonken.
.
.
.
Direct na de tweede wereldoorlog is begonnen met het herstellen en vernieuwen. Op deze uit een kraan gemaakte
privéopname is de bouw van de werktuigbouwhal te zien. De hal die, samen met de rechts deels zichtbare draaierij/bank-
werkerij, later als Machinefabriek bekend zou worden kwam gereed na de fusie in 1946 dus in de NDSM tijd.

.
De westgevel naar het noorden gezien. Werklieden zijn bezig met het plaatsen van de raamconstructies en gevelpanelen.
.
De aannemer van deze opdracht was de firma Bouwmeester & Co. uit Amsterdam.
.

. De voormalig NDM, kort na de fusie tot NDSM. Ter afsluiting van dit hoofdstuk nog een blik op de werf West.
Linksachter de werktuigbouwhal van de bovenstaande afbeeldingen. Na het in licentie gaan bouwen van
scheepsmotoren zou dit de Machinefabriek gaan heten. Op deze foto zijn rechtsonder de NDSM hellingen
6, 7 en 8 nog zichtbaar. In de NDM tijd waren dit de hellingen 1, 2 en 3. Bovenaan is Tuindorp Oostzaan
te zien met tussen de werf en Tuindorp het volkstuinencomplex “de Bongerd”. Dit complex heeft plaats
moeten maken voor de nieuwe Cornelis Douwesweg.